Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Offer van aanbidding, waardoor de oneindige erkenning van Gods opperheerschappij wordt beleden; waardoor de priester aan God den Vader opdraagt Zijn eigen welbeminden, goddelijken Zoon.

b. Offer van dank, voor alle hemelsche en tijdelijke genadegaven.

c. Offer van verzoening, tot vergeving van dagelijksche zonden en hare straffen, ook van die, welke nog overbleven van de reeds vergeven doodzonden; een offer, waardoor tevens de genade tot een oprecht bekeeren uit den droeven staat van doodzonde, door Gods goedheid kan worden verworven.

d. Offer van smeeking voor ons, voor anderen, voor alle onze en anderer belangen op elk gebied; ook voor de verlossing uit het pijnigend vagevuur, waarom zoo vele onzer afgestorvene vrienden ons zuchtend smeeken.

Wil in die sakrificies der Nieuwe Wet, Gods Zoon de Offeraar en Offerande wezen, dan zijn ook de verdiensten door de h. Mis verkregen, in zich zelve van oneindige kracht. Zij worden echter in bepaalde en beperkte mate toegepast, in overeenkomst met Gods vrije wilsbeschikking en 's menschen geloof en godsvrucht: een vurig vermaan voor den katholiek, om immer met levend geloof en teedere liefde deelgenoot te zijn aan 's Heeren goddelijk sakrificie — ,,mede-offeraars" noemt hen zelfs de Kerk — en om de overvloedige vruchten van Christus' altaar-offer mede in te zamelen.

Die vruchten — de vele geestelijke en tijdelijke gunstbewijzen — zijn algemeen en persoonlijk: a. De „algemeene" komen ten bate der geheele Kerk — wijl uit en in haren naam ieder offer aan God wordt toegebracht —, zoowel der levende lidmaten als der afge-

Sluiten