Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terlijk koorgebed, kortom gelijk de geheele liturgie, het rijke en zielvolle leven der kerkelijke plechtigheden tot een welsprekende en tevens uitwendig-zichtbare uitdrukking.

Niettemin hebben die zinrijke handelingen,door het veelvuldig en gedachteloos aanschouwd worden, voor niet weinigen slechts een zinledig — en tot schade van het vroom gemoed —, een koud-vormelijk karakter aangenomen; daarentegen geeft voor den meer ontwikkelden en nauwkeurigen toeschouwer iedere ceremonie, zelfs de geringste, — ieder gebaar, zou ik haast schrijven — de afbeeldende en dramatische voorstelling of wel de meest natuurlijke begeleiding van het gesproken of gezongen woord.

Om in een paar trekken dezen dramatisch-beeldenden aard der verplichte handelingen en gebaren te schetsen, ziet dan eens naar den priester aan het altaar. Vóór hij de outer-hoogte bestijgt, blijft hij eerst aan den voet dier offerplaats verwijlen, want hij gevoelt zich slechts mensch en dus onwaardig, om als „Christus' plaatsbekleeder" op te stijgen naar dezen „nieuwen berg van Golgotha". Schuldbewust, belijdt hij ook die onwaardigheid ; tot teeken hiervan buigt hij, den tollenaar gelijk, zichtbaar neder; klaagt zich zeiven, hoorbaar, voor God en menschen aan en klopt zich tevens in ootmoed op de borst.

Dan vangt hij de kerkelijke gebeden (oraties) aan, maar keert zich eerst tot de geloovigen, om hen aan te sporen tot deelneming aan zijn priesterlijk gebed en breidt de armen in smeekhouding uit, gelijk een andere Mozes, biddend voor een ander volk. Zoo hij spreekt van „de handen te wasschen met de onschuldigen", dan verricht hij ook, voor allen waarneembaar, die kerkelijke ceremonie. Offert hij aan God het brood en den wijn,

Sluiten