Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit verband tusschen woord en ceremonie heeft de Kerk meer of min op onmiddellijke of middellijke wijze, in haren eeredienst neergelegd.

a. De eerste — de „mimische ' kon men haar heeten — heeft tot voorwerp de lichamelijke bewegingen (habitus corporis) en omvat het: staan, zitten, knielen, volledig of onvolledig buigen van knieën of boven-lichaam, oog-opheffing, uitstrekken der armen, kloppen op de borst.

b. Tot de tweede — de „symbolieke" — behooren de : bekruisingen, handwassching, bewierooking, wijwater-besproeiing (aspersio), toewijding van brood en wijn, altaarkus, menging van wijn en water, uitstrekken der handen over de offergaven, breking der h. Hostie en het doen nederdalen van een gedeelte (partikel) der h. Hostie in den kelk.

Zietdaar tevens de voornaamste der kerkelijke misceremoniën in groepen samengevat. Wij gaan die thans, kort en zakelijk, verklaren.

Als hoofdbeginsel geldt: Het h. Misoffer is het onbloedige Sakrificie van het Nieuwe Testament, de herhaalde vernieuwing van het doods-offer des goddelijken Zaligmakers op Golgotha. Alle ceremoniën en gebeden stralen van dit dogma als van het leventelend middelpunt der kath. Kerk uit. Hiermede in verband, zijn de ceremoniën van den priester, die van den :

a. Plaatsbekleeder des eersten, goddelijken Offeraars; zijne handelingen (ceremoniën) worden dan ook in figuurlijken zin de daden van Christus, den Verlosser; gelijk wij reeds zagen bij de h. Konsekratie, of wel:

b. Zij stellen, gelijk meestentijds het geval is, de aanbiddende verheerlijking der Kerk tegenover den spothoon van den Jood aan den „Man van Smarten." Hiertoe behooren :

Sluiten