Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. van afwending der drievoudige rampen van: onwetendheid, schuld en straffe,

c. van een gebed om barmhartigheid bij negen hoofdsoorten van zonden en zielenooden, gelijk eenige symbolisten verklaren of gelijk zeer vele andere:

d. van een smeekend bidden met de negen zalige koren der Engelen, of

e. van een herdenking aan de veelvuldige en langdurige verzuchtingen der aartsvaders en profeten naar de komst des Heeren.

Ook mag dit negenvoudige smeekgebed een inleiding van deemoed zijn tot het lied van aanbidding, hetgeen gaat volgen; als verontschuldigde zich de Kerk voor hare onmacht, wijl zij geene woorden weet, om naar waarde te mogen aanbidden „de niet uit te drukken" heerlijkheid Gods. Het is als vraagt zij in diepen ootmoed: „Vergeef het ons ('); o noit volprezen Van al wat leeft, of niet en leeft,

Noit uitgesproken, noch te spreecken;

Vergeef het ons, en schelt ons quijt Dat geen verbeelding, tong, noch teecken U melden kan.

Dan sluit zij zich aan bij de hemelsche Vrienden Gods, de Engelenscharen en stemt door aardsche tonen met dien triumfzang van onsterflijke heerlijkheid in, welken het voorgeslacht het „Lied der Engelen" (hymnus angelicus; doxologia major) heeft genoemd, namelijk het

5. GLORIA IN EXCELSIS,

het jubellied der Kerk, bezingend: de H. Drievuldigheid en de Verlossing door Christus. Aangevangen op aarde door de Engelen Gods bij de geboorte van den Zalig("') Vondel, Lucifer.

Sluiten