Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der liturgische feestdagen, evenzeer de beide steeds veranderende lezingen, namelijk die van den Epistel, waardoor het wegbereidend leeraarschap der profeten en apostelen wordt beteekend tot een voorbereiding van het Evangelie, hetgeen het daadwerkelijke apostolaat des Heeren verzinnebeeldt. In de h. Misse toch wordt het geheele „verlossingswerk van den Christus op sakramenteele wijze voor oogen gevoerd; vandaar dat diens „leeraarschap" middellijk (epistel) of onmiddellijk (evangelie) symbolisch wordt herdacht, voordat de Meester zelve als het „goddelijk Zoenoffer" zal worden aangebeden.

Naar kerkgebruikelijk voorschrift, wordt de Epistel aan de Imker zijde (het zuiden), het Evangelie aan de rechter (het noorden) voorgelezen (*). Volgens de symboliek namelijk wordt het altaar „ten oosten" gebouwd, waar het licht verrijst, .het beeld van Christus, „de Zon der gerechtigheid".

In verband met dien symbolischen kerkbouw werd de tot het Evangelie voorbereidende epistel-lezing (zuiden) zinnebeeldig als de prediking aan de Joden begrepen! Toen dezen de christen leer hadden verworpen, bracht men haar over tot de heidenen (noorden), want naar St. Gregorius mystische beeldspraak, is „het duistere en ijzige noorden het symbool der heidensche wereld, welke gedurende eeuwenlangen tijd in de koude der afgoderij bevrozen lag." Zoo werd de Evangelie-zijde door de symboliek steeds als een minder-waardige plaats beteekend („pars minus digna").

('•) De historische grond hiervan is wel, dat de liturgie de plechtige misse steeds als maatstaf aannam. Hier was de plaats van den Diaken — welke op het „ambo", soort preekstoel, het evangelie las — aan de rechter zijde; die van den Subdiaken aan de linker of in 't midden. Wanneer de pr. alleen de h. misse opdraagt, vervult hij beider ambt en tevens beider plaats.

Sluiten