Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HANDOPLEGGING EN ZEGENING.

Hanc igitur oblationem servitutis nostrae, sed et cunctae familiai tuae, quaesumus, Domine, utplacatusaccipias: diesque nostros in tua pace disponas, atque ab a:terna damnatione nos eripi, et in electorum tuorum jubeas grege numerari. PerChristum Dominum nostrum. Amen.

Wil dan dit offer van ons, uwe dienaren (^.alsmede van uwe geheele gemeenschap goedgunstig aanvaarden, o Heer; en leid onze dagen in uwen vrede en wil ons aan de eeuwige verwerping ontrukken en tellen onder de schare uwer uitverkorenen. Door Christus onzen

Heer. Amen.

En thans alle voorgaande gebeden vereenigend, herleidt hij die tot een laatste liefde-verzuchting aan den hemelschen Vader, en geeft zijn priesterlijke ZEGENING.

Quam oblationem tu, Wij smeeken U, o God,

Deus, in omnibus quassumus, doe deze offergave in alles

benefdictam, adscrip-J-tam, ra"ftam, rationabilem acceptabilemque facere digneris, ut nobisCor-J*puset Sanfguis fiat dilectissimi Filii tui Domini nostri Jesu Christi.

Deze laatste smeekbede

gezegend, ons toerekenbaar, voor U geldend, bezield en aanneembaar zijn, opdat zij ons (ten heil) (a) moge worden het Lichaam en Bloed van uwen zeer geliefden Zoon, onzen Heer Jezus Christus. — vóór de h. Konsekratie —

wordt begeleid door een vijfvuldig vormen van het h. kniisteeken over de offerspijzen. Welke is hier de beteekenis ?

(!) Door „dienaren" worden de priesters verstaan, door het daarop volgende „uwe geheele gemeenschap", de aanwezige geloovigen; volgens anderen de geheele h. Kerk.

(2) Namelijk: „opdat zij moge strekken tot ons voordeel, tot het geestelijk voedsel onzer zielen." Dom Guéranger.

Sluiten