Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat „de engelen (J) omstuwen den troon van het Lam", dat zij in allerhande vormen, de meening van St. Chrysostomos onderschrijven: „De engelen omgeven in die plechtige oogenblikken den priester Gods; zij omkringen den altaar, vereerend Hem, die daar als offer nederligt!" Geheel naar hun hart zong ook Broeres lied van aanbidding (*):

„God is met ons! en wij omringen Met d'engelenrei den troon van 't licht!"

Thans zijn het oogenblikken van eene zich wegschenkende liefde. Jezus, de eindelooze, barmhartige God, heeft zijn lijdens-offer vernieuwd voor ons:

Hier bid! Laat 'tuur u niet ontglippen: De wonde bloedt... Zet uwe lippen Aan dit voor u doorstooten hart!

Ken 't verblijden Van het lijden,

Drink de goddelijke smart!" (3)

Haec quotiescumque fe- Zoo dikwerf gij dit doen

ceritis, in mei memoriam zult, zult gij hetdoen te mijner facietis. gedachtenis,

waarmede de goddelijke Zaligmaker zijne eigene handeling tot toonbeeld aan Kerk en Priester stelde. En gelijk Hij zich voor zijn zoendood aan zijn hemelschen Vader aanvertrouwde, zoo wijdt ook de priester Hem „de vernieuwing van dat offer" toe, in zijne

OPDRACHT AAN GOD DEN VADER.

Unde et memores, Do- Daarom, o Heer, geden-

(*) Vele liturgisten spreken ook van één Offer-En^el, in verband met het Canon-gebed: „Supplices", waarin over „den heiligen Engel" (per manus sancti angeli) geleerd wordt zii blz. 98.

(*) Broere. Dithyrambe op het Allerheiligste.

Sluiten