Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Amen" zegt thans het volk (de misdienaar) luid, tot volledige instemming met alle, de stille, heilige handelingen, vervat in den thans geëindigden Canon.

III. DE KOMMUNIE.

Dit derde gedeelte voegt het slot aan de h. Misse en maakt het h. Offer volledig. Wij weten immers, dat de h. Eucharistie zoowel „spijsoffer" als „offerspijs" is. Is nu door de h. Konsekratie het goddelijk Lam voor ons geslacht, dan zou het h. Misoffer onvoleindigd zijn, wanneer dat hoogheilig „offermaal" niet werd genuttigd, minstens door den celebreerenden priester; weleer ook door alle aanwezenden (1).

Het christelijk gebruik van de „geestelijke kommunie" (3) der geloovigen, welke plaats heeft tezelfder tijd als de sakramenteele kommunie des priesters, wijst naar die oude zeden der eerste christenen terug.

De kerkelijke liturgie heeft die priesterlijke kommunie met een reeks der aandoenlijkste gebeden omringd; hierbij doet het „Onze Vader" als een overgang dienst, op dezelfde wijze, gelijk wij reeds vroeger bij de praefatie met betrekking tot den Canon hebben bemerkt.

„Zoo zult ge bidden" heeft Christus ons geleerd en

(*) Zoo veelvuldig waren deze algemeene kommuniën, dat in vele gemeenten der Oude Kerk de Diaken te dezer plaatse aan de niet-kommuniceerenden het teeken tot vertrekken gaf in zijn: „qui non communicat det locum", „die niet kommuniceert, verlate zijn plaats". Vervolgens sprak hij waarschuwend, dat geene met doodzonden beladenen de h. kommunie mochten ontvangen, in zijn: „Sancta sanctis", „Het Heilige voor de heiligen".

(*) „Als men, na het berouw o\rer zijne zonden en de liefde tot Christus opgewekt te heoben, hartelijk naar de vereeniging met Hem verlangt, dan doet men eene geestelijke kommunie". Dankelman en Wijnen.

Sluiten