Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het „eeuwige leven", waar de Kerk om bidt, is weer niet anders dan de gulden vrede in ons hemelsch vaderland. Kan het ook anders? Waar de priester door de h. Kommunie den „God van vrede en liefde" in zijne ziel zal doen nederdalen, daar is zijn vurige verzuchting noodzakelijkerwijs een bede om den vrede des harten. Voortdurend — van het „Pater Noster" af tot aan de h. Kommunie — herhaalt de celebrant die heilige verlangens naar den „vrede Gods", welks hoogste vorm de

zondeloosheid is.

Richtte zich de priester gedurende de h. Misse steeds tot den hemelschen Vader, van nu af wendt hij zich onmiddellijk tot God den Zoon, dien hij vóór zich aanschouwt op het altaar, dien hij dra mag binnenleiden door de poorten zijner ziel; daartoe bereidt hij zich voor in de

VREDE-GEBEDEN.

Agnus Dei, qui tollis Lam Gods, dat \\ eg-

peccata mundi, miserere no- neemt de zonden der wereld, bis ontferm u onzer.

Agnus Dei, qui tollis Lam Gods, dat weg-

peccata mundi, miserere no- neemt de zonden der wereld, bjs ontferm u onzer.

Agnus Dei, qui tollis Lam Gods, dat weg-

peccata mundi, dona nobis neemt de zonden der wereld,

pacem. geef ons den vrede"

Lam Gods! Christus is waarlijk het Lam Gods, dat

voor ons geslacht werd en zegevol het leven heeft hernomen.

a. Tot wien zal dan de priester meer vertrouwvol

(i) In rouw- ol requiem-missen bidt hier de priester: „dona eis requiem „geel haar de rust."

Sluiten