Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Uit deze overweging ontstond er een tweede symboliek, welke de voorwaarde der verwachte belooning aan de beteekenis van den manipel toevoegde, namelijk die van het waardig verduren van lijden en smart.

c. Hierom is het, zoo verklaarde de mystiek verder, dat de manipel uitsluitend in de h. Misse wordt gedragen, wijl deze de dagelijksche vernieuwing van Christus' offer is. Met die symbolische belofte van „hemelsche vertroosting" na „het aardsche lijden", is het manipel-gebed in duidelijke harmonie: „Moge ik waardig zijn, o Heer, om te dragen den manipel van geween en smarte, om in jubel het loon voor mijn arbeid te ontvangen".

STOOL.

Een zeer ingewikkelde symboliek heeft zich aan dit liturgisch onderscheidingsteeken van den diaken gehecht; oudtijds droeg zij zelfs een geheel anderen naam. Hoewel zij thans tot een langen schouderband is versmald, was zij oorspronkelijk, naar luid van Wilpert's onderzoekingen (*), een soort van reinigings-doek, waarmede b.v. de mond van hem, die het h. Bloed had genuttigd, werd afgewischt. Dit gebruik bestemde haar ook den naam, daar zij gemeenlijk naar het latijnsche woord voor „mond" (os) als „orarium' (mond-doek) werd betiteld.

Toen het h. Bloed door de leeken niet meer genuttigd werd, geraakte het oorspronkelijk doel van het „orarium" in vergetelheid en leidde men, minder gelukkig,

(') Naar Wilpert's archaeologische mededeelingen is de meening van een groot deel der liturgen historisch onhoudbaar, namelijk dat de stool oorspronkelijk een liturgisch feestkleed zou zijn geweest. Het was slechts een soort hand-, of mond-, of zweetdoek (sudarium; orarium) bij de niet-romeinsche kerken in zwang; de romeinsche bezigden voor hetzelfde oogmerk den manipel. Later kwamen zij beide, met geheel gewijzigd doel, in algemeen, liturgisch gebruik.

Sluiten