Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitendien werden nog eenige, bizonder gewaardeerde zaken met hare eigene kleurenschaal gefigureerd: de edelsteenen b.v., de deugden, de zonden, de bloemen f1). Zoo luidt in een middeleeuwsch kerstliedeke de symboliek der bloemen-kleuren:

„De blanke lelie, die daar bloeit, heet zuiverheid, De zoete violetten zijn ootmoedigheid,

De schoone purperroos is hier de lijdzaamheid. De blijde, rijke, goudebloem, gehoorzaamheid.

Nog is er één, die boven alle spant de kroon, De kroon imperiale — 't is de Liefde schoon". Ook Dante had in zijn „goddelijke Komedie"—het toongevende meesterwerk der middeleeuwsche beschaving — aan den satan vier koppen toebedeeld met onderscheidene kleurtonen, ter uitdrukking van de vier voornaamste hoofd-ondeugden. Kortom de symbolizeering door kleuren was een natuurlijke uiting van den beeldenden geest der middeleeuwen.

De denkbeelden, welke daarvan den grondslag vormen, moeten wij hierbuiten bespreking laten; echter niet diegene, welke de symboliek der mis-liturgie beheerschen. Deze gaan wij thans blootleggen, hoofdzakelijk naar de gegevens der kerkelijke aanwijzingen zelve. Daar deze gewoonlijk met roode verf of rood krijt (rubrica) tusschen den tekst van den eeredienst werden ingevoegd, verwierven zij den naam van rubricae of rubrieken; overeenkomstig dezer bepalingen nu worden de liturgische kleuren in de hierna volgende gevallen gebezigd.

(!) Voor bloemen, als sieraad der kerken, zie men: M. Kolb. Pflanzen-und Blumenschmuck am Altar und Kirche. Kempten. 1895; A. Reiners. Die Pflanze als Symbol u. Schmuck i. Heiligthume. Regensb. 1887; A. Riitter, Die Pflanzenwelt im Dienste der Kirche. Regensb. 1891.

Sluiten