Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, dat is nu allemaal goed en wel, maar dat zegt nog niks, daar mankeert wat aan met U. Zegt U het maar gerust, mijnheer Tjaarda, wat er met U achter zit. Aan ons mankeert ook wat, en zoo is het met alle Hollanders, die hier zijn, d'r zit een luchtje aan."

>.Nu, mijnheer Hielders, L mag me nou gelooven of niet, maar ik herhaal U, dat ik niets met de Justitie gehad heb en ik kan terugkeeren naar Holland, wanneer ik wil."

„Nu, 't lijkt me zeer vreemd toe !"

„Zijn hier dan nog meer Hollanders?" vroeg ik.

„Ja, eene heele massa, maar past u vooral op, want ze zullen op t oog mooi met u omgaan, terwijl ze u ondertusschen in hun net zullen sleepen. Past u toch vooral op, dat zeg ik u, en ik kan u ook dit wel zeggen, en mijnheer Boerendans zegt het met mij, dat, zoodra wij zien, dat u omgang hebt met hen, u met ons niet meer kan meegaan, is 't niet waar, mijnheer Boerendans:"

„Ja, bevestigde deze, „zoodra wij merken, dat je met die gemeene kerels omgaat, dan willen wij niks meer van je weten."

>i^eS Hein, je mot mijnheer Tjaarda dadelijk niet zoo met je aanspreken."

„Och ja," antwoordde Boerendans, „dat komt nog van vroeger, ik ben altijd zoo gewoon geweest, mijne jongeren met je aan te spreken."

„Ja, maar je weet wel Hein, daar houd ik niet van."

„Ja, maar hoort u eens mijnheer Bielders en mijnheer Hoerendans, het is me heel aangenaam den eersten den besten avond, dat ik hier te Athene ben, kennis met u te

Sluiten