is toegevoegd aan uw favorieten.

De wetten tot vaststelling van het briefport en tot regeling der aangelegenheden van de brievenposterij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier niet zuiver toegepast, omdat het port van 5 cents alleen zou gtldcn voor gefrankeerde brieven , terwijl voor de niet-gefrankeerde, volgens het oorspronkelijk art. 3, het dubbel zou verschuldigd zijn. (1) In art. 1 vond men het stelsel van gedwongen frankering. Het gerief der postadministratie, waarop de bepaling inzonderheid steunde, mogt hier niet beslissen. De regelen voor de uitoefening van het monopolie der brievenposterij moeten worden vastgesteld met het oog niet op die administratie , maar op de belangen van het publiek, en men achtte het onbetwistbaar, dat bij vele ingezetenen weerzin tegen het frankereu bestaat, vooral omdat zij zich te rcgt of te onregt voorstellen, dat daardoor de zekerheid van het rigtig bestellen der brieven min of meer te loor gaat. Voor een goel deel was daaraan toe te schrijven dat, ofschoon het frankeren in de laatste jaren is toegenomen, in 1869 van het geheele getal verzonden brieven slechts | gefrankeerd, \ ongefrankeerd waren. Zeker kan men daaruit afleiden , dat het frankeren hier te laude nog niet eeu algemeen volksgebruik is geworden. Er werd ook cene verkorting van de vrijheid der ingezeteneu in gezien.

Deze en andere bezwaren losten zich op in een amendement van den Heer Lenting, om art. 1 aldus te lezen:

• Het port van eenen binnen het Kijk met de post te verzenden brief, •die het gewigt van vijftien grammen niet te boven gaat, bedraagt vyf •cent."

Daarbij werden alzoo alle brieven, gefrankeerd of niet, ten opzigte van het port, op gelijke lijn gesteld.

De Regering verdedigde haar stelsel in de eerste plaats met een beroep op het buitenland. In de gansche beschaafde wereld kan men tegenwoordig geen ongefrankeerden brief verzenden dan op straffe van dubbel port.

Ten onregte zag men voorts in het artikel, gelijk het door de Regering was voorgesteld, eene gedwongen frankeriug en daardoor verkorting van de vrijheid der ingezetenen. Niemand toch wordt gedwongen tot frankeren ; de wet verbiedt de verzending van ongefrankeerde brieven niet, maar wil alleen, in het publiek belang, de frankering van brieven bevorderen ; van daar eene premie op het fraukeren, meer niet.

Voor vrees dat gefrankeerde brieven niet rigtig bezorgd zouden worden, ook in het Voorl. Verslag der Eerste Kamer uitgedrukt, was geen grond aanwezig, omdat, welke klagten ook by de hoofdadmiuistratie der posterijen mogen zijn ingekomen, zij daaromtrent, zoo al ooit, dan toch zeer weinige klagten heeft ontvangen.

(1) Na de wijziging die art 3 ondergaan heeft, bedraagt het meerder verschuldigde voor ongefrankeerde brieven in elk geval 6 cents.