Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U schijnt in den omtrek nog weinig bekend te zijn."

„Hoe zou 't ook; ik ben pas drie weken aan 't praktiseeren," antwoordde Smitz glimlachend.

„Is u getrouwd?» vroeg Sonnema weer, 't laatste woord begravend in den zakdoek, waarmee hij over z n parelend gezicht voer.

„Pardon, daar hoort tegenwoordig dat toe!" en

ij maakte met duim en wijsvinger een schuivende

eweging. „Eerst moet ik eens zien hoe 't met de

praktijk gaat, en dan . . . wie weet . . » Hij lachte hard op.

„Vroeger stelde men minder hooge eischen. Maar nu de mensch van brood alleen leven wil — ja, natuurlijk, nu wil men 't weelderig hebben. Het te veel hier, moet dan 't te kort dé&r - hij wees op zijn hart — dekken."

Smitz keek zijn wandelgenoot een beetje satyriek

aan. „'t Is wel wat warm voor discussies, vindt u niet?"

„Zeker — ik zei 't ook niet om te redekavelen. Dat doe ik in den laatsten tijd niet meer."

„En dat zou in dit geval ook weinig baten, geloof ik, hernam de jonge dokter met neerbuigende vriendelijkheid. „Dominee is waarschijnlijk orthodox, en ik - ik respecteer natuurlijk ieders overtuiging, maar ik geloof een bitter beetje, eigenlijk niets."

Doninee Sonnema antwoordde niet dadelijk. Hij maakte een afwerend gebaar naar een koe, die op hun pad stond en in een sukkeldraf wegliep.

Sluiten