is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ah — ik heb het genoegen — juffrouw Sonnema, nietwaar? Is uw papa thuis?"

De strijkages bevielen haar niet, maar dat kwam omdat ze Friezin was. Het deed er weinig toe: daar stond iemand voor haar die haar helpen kon, helpen aan woorden, om te bepleiten wat ze zelf nog niet te bepleiten wist, misschien ook aan boeken die haar zouden leeren waarom ongeloof iets anders kon worden genoemd dan inblazing van den Satan.

„Vader is niet thuis; maar komt u binnen," zei ze met een lach die niets coquets had.

Hij vond haar mooi — erg mooi, en daarom en om die gulle noodiging. . . .

„Heel graag, heel graag. Zou uw papa nog lang uitblijven?"

„Een uurtje, denk ik. Komt u binnen," drong ze weer.

„Erg vrij," dacht Smitz, „maar wel grappig, dat ongegeneerde."

Hij volgde haar de voorkamer in. Ze bood hem een stoel en ging over hem zitten, kalm als was hij haar broer.

„Vader vervult een ringbeurt," zei ze, hem een weinig opnemend, meer dan de meisjes in Holland voegzaam zouden hebben geacht.

Hij bewoog zich gemakkelijk maar 't was niets bij haar: kunst tegenover natuur.

„Moest u niet met den ouden heer mee?" Hij bracht 't gedachtenloos uit — om wat te vragen.