is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v&n een stapel papieren. De geweldige kolomkachel bleef 't heele jaar staan en bewees door haar rossigen buik, dat zij 's winters duchtig werd gestookt, vijandin van de tafel naast haar, waarvan één poot vol brandmoeten zat. Er was een makkelijke stoel — een bruin leeren — met gaten hier en daar in 't bekleedsel en arm-stukken waar 't paardenhaar uitgluurde. Op dien stoel had Sonnema een groot deel van z'n leven doorgebracht, want hij hield van die kamer z n stille studie- en denkplaats.

Vooral den laatsten tijd was hij er veel geweest sinds Rmske's besluit om niet meer naar de kerk te gaan. Als een tweesnijdend zwaard had die boodschap z'n ziel doorvlijmd, een .bittere boodschap omdat hij zijn kind zoo innig liefhad, maar ook omdat hij wist dat ze onherroepelijk was en hij geen poging aanwenden mocht haar besluit te keeren. Als Rinske volstrekt niets geloofde, dan kon zij blijven kerken om zijnentwil, maar dan zou dat kerkgaan een leugen zijn; en hij haatte de leugen, die hij altijd getrapt had met een heiligen wellust, waar hij haar onder den forschen voet krijgen kon van z'n hoogen waarheidszin.

Ze hadden er hem om lastig gevallen - de bakker, e smid, de kruidenier en andere gemeenteleden. Ze hadden zich er mee bemoeid en, onhebbelijk en ongevoelig, gevraagd hoe 't kwam dat z'n dochter zich met meer in de kerk liet ziet, en hun hoofden geschud als lag de schuld aan hem. Met een enkel