is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden: „vader zal zich niet tegen ons huwelijk verzetten, maar hij wil je niet ontvangen. Hij berust onder protest."

Een erg onordentelijke vloek kwam over z'n lippen: „dat zou hij voor dit en dat wel eens willen zien — dat was een ongepermitteerde beleediging een fatsoenlijk mensch aangedaan.

Wat verbeeldde die fijne kwezel zich wel. — Den eigen middag zou hij er heen."

Hij gooide den half voltooiden brief grommig in z'n

bureau, las dien van Rinske nog eens over en zette

toen hoogst „geïndigneerd" z'n hoed op, want die grap

had hem langer bezig gehouden dan z'n praktijkje goed vond.

Zelfs de gevaarlijkste patiënten keken hem dien morgen met hun doffe oogen verbaasd aan: „wat was-ie kortaf."

Toen 't tegen den middag liep, kreeg Fred een lam gevoel over zich - niks geen trek om naar den dominee te gaan — maar gelukkig wond hij z'n barsheid weer omhoog en belde bij hem aan, nijdig en wel.

Sonnema deed zelf open en noodigde hem, zonder dat een trek op z'n gezicht veranderde, binnen.

Daar was niemand.

Smitz keek een beetje verbluft naar den dominee op; hij had zoon'n bedaarde ontvangst niet verwacht.

Eer hij 't wist zat hij op een stoel en Sonnema over hem, met z'n groote handen plat op de trijpen leuningen van den zijne.