is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wou memoriseeren — maar 't ging niet — 't ging niet! Z'n gedachten waren altijd maar bij Rinske.

Het schuchtere tikje op de deur gaf welkome afleiding.

„Ja," riep z'n grove stem.

„Daar is de voorzanger om 't briefje, dominee, en deze brief is met de post gekomen," zei de meid.

Hij gaf haar de gezang-papiertjes, die in z'n nabijheid lagen, en scheurde, toen ze weg was, het couvert van den brief open.

't Was een dikke — acht zijdjes lang. 't Eerst zag hij naar de onderteekening, want hij vermoedde door 't postmerk van wien hij kwam, en toen 't bleek dat z'n vermoeden juist was geweest, schoof hij hem doodbedaard weer in den omslag — ongelezen. Daarna liep hij met den brief naar de voorkamer.

„Hier is een brief van den vader van Smitz, Rinske. Ik heb hem niet gelezen — ik wensch me met die familie niet te bemoeien. Geef hem aan z'n zoon en zeg dat ik den volgenden als hij komen mocht, verscheuren zal. Ik heb geen plan over je engagement in pour-parlers te treden, — begrepen?"

Hij had dat op ijskouden toon gezegd.

Ze keek in de richting waar haar vader den brief had neergelegd, en zei niets.

Geen vijf minuten daarna had Sonnema berouw over z'n onhebbelijk zijn, maar koppigheid hield hem vast met ijzeren arm en smoorde de vluchtige opwelling, terug te keeren om te zeggen dat hij zich bedacht had.