is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Avel vinden — ze waren zoo geheel anders. Hij was ook wel anders, maar toch — Rinske en hij dachten g e 1 ij k en in den omgang met haar was hij al aardig wat serieuzer geworden — geen adspirant-martelaar, maar ten minste iemand die, ja — die misschien wel wat voor z'n beginselen zou overhebben wanneer 't geval zich mocht voordoen, en de eischen niet te zwaar vielen.

„Hé ja, Rinske," zei hij op eens, toen ze dicht bij 't station waren, „daar heb je me nog altijd niet op geantwoord: je vader gaf als reden voor zijn bruuske Aveigering ons engagement goed te keuren, iets heel wonderlijks. . . . „U is me niet ongeloovig genoeg," zei hij. Wat zou hij daarmee hebben bedoeld?"

Ze werd bloed-rood. Ze wou niet liegen. Weer steeg de twijfel naar hoofd en hart en maakte 't haar onmogelijk hem 't geestelijk signalement, door haar vader opgemaakt, te doen hooren, zonder haar eigen vertrouwen te zien afbrokkelen als vallend puin bij stormwind.

Er bleef geen tijd tot bedenken.

„Dat zal vader ironisch gezegd hebben," sprak ze toonloos, met de oogen naar den grond.

„Denk je? Ja, dat meende de oude heer ook."

De leugen was geboren, de leugen die zij verfoeide — de leugen die haar verderf wezen zou, maar die zij nu nog bij z'n afscheidskus vergat.

Papa Smitz en de meisjes haalden haar van den trein. Hoe scherp stond hun woordenrijke toeschie-