is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weten ze ook wie dien diender heeft doodgeschoten? — Hè, ik ben heelemaal in de war; 'k zal ook maar een glaasje nemen."

„Neen, dat weten ze nog niet. 't Was zoo'n herrie en zoo pik-donker en zoo'n sneeuwjacht, dat je niet goed zien kon wat er gebeurde."

"Die arme kerel!" zei Emma, drinkend. „Dat's me ook een baantje, zoo'n dienders-baantje!" En op z'n knie springend: „Mannetje, mannetje, wat ben ik benauwd geweest!"

De oudejaarsavond heeft z'n peinzende rust uitgespreid over de besneeuwde velden tusschen Ralingawier en Langwirden. Geheimzinnige stilte overal I>e dorpen liggen te wachten op 't middernachtelijk uur als met ingehouden adem. Het is of er een spanning heerscht, of er iets groots komen moet, waarvan de geboorte door geen ritseling van leven mag worden ontwijd.

De weg, versmald tot een looppad vol putten van hoeven en menschenvoeten, tusschen hobbelige sneeuww allen door, kronkelt doelloos voort en voort met een flauwe bocht, dommelend in verlatenheid.

Een paar honden van boerderijen slaan kort aan nijdig en toch blij dat ze eens blaffen kunnen Ze hebben iets gehoord: voetstappen, knerpend in de sneeuw, maar die met hun erf niets te maken willen