Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beladen hooiwagens uit de boomenlaan en zonsondergang aankomen in de schemering van de dorpsstraat. Haalde gijzelf ook de vruchten van uw leven binnen, o kunstenaar, in den vrede en de vreugde van een oogst vóór het schemeruur?

Zeker is dat de kennis van de verdeeldheid in hem niet meer een storm wekt, maar met kalmte wordt aangeschouwd.

In elk schilderij, ook in het idyllische, wordt de tweeheid uitgesproken: er is overal een karakteristiek tot in het ruige, tot in het zeer grijpbare, — het harde leven klaagt men, ook al betreurt men niet, — maar er is evenwich*: met den troostenden droom, schijn van lamp, gas of avondlicht moge die dan zijn.

Het Bruggetje toont het minst daarvan: de grauwe lucht, het koude water, de spookachtige sier van de witte leuning die haast ironisch lijkt. Maar wat daar troost is de vastheid.

De werkelijkheid van koppen en kleeren is duidelijk daar in die groote-menschen-betoovering, het opzettelijke sprookje van het LondonEmpire. De blauwige flonkerdans in het kleu-

Sluiten