is toegevoegd aan uw favorieten.

De Oranjebond van Orde, gevestigd te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bond van Orde* tot en met 31 December 1902, met inbegrip van een legaat van f300.— , in 1897 ontvangen uit de nalatenschap van wijlen Mej. <; F. C A. Nieuwold te Velp, in totaal eene ontvangst <: te danken van f 36650.39, behalve de van deze gelden gekweekte rente, ten bedrage van f 1766.28, te zamen ; f 38416.67. Hiervan is tot en met denzelfden datum uitgegeven (voor zooveel thans reeds kan worden vastgesteld. Hij het ter perse gaan van dit gedenkschrift konden de boeken over 1902 nog niet volledig worden afgesloten) de somma van f 26878.43.

Alzoo een meerdere ontvangst van f 11538.24. Dit kapitaal, naar behooren belegd, zal reeds spoedig eene nuttige bestemming vinden in verband met de zeer groote ontginningen, die de Hond thans ondernomen heeft. Deze zullen e;n voordurend krachtiger, maar uit haren aard natuurlijk beroep doen op de volharding van de >Kwartgulden-Vereeniging* bij het voortreffelijk werk, dat zij verricht en waarvoor ons vaderland haar eenmaal in hooge mate dank zal weten. Kwartjes inzamelend, verzamelde zij kracht en deze kracht wegschenkend aan den Bond, om hem öf te steunen in zijn dagen van zwakte en tot versterking van zijn meer of minder kwijnende scheppingen, óf in staat te stellen aan het moreel en de practische vorming van de kinderen der heide een goeden dienst te doen óf het aanvatten van groote dingen mogelijk te maken en hem zoo optevoeren tot een hoogte, waarop hij eerst moest staan, voor en aleer hij zich crediet verwerven kon, heeft zij een daad gedaan van wijs beleid, niet minder dan van barmhartigheid, waarvoor hij haar dankbaar zal wezen tot in lengte van tijd. En heeft zij, «met bescheidener glorie tevreden«, zich aan hem betuigd in een van de schoonste en edelste karakters, die der menschheid immer ten zegen waren : dat van de trouwe, niets voor zichzelf eischende, doch vóór alle dingen zich om den wasdom en het welzijn en de toekomst en de eer van haren broeder bekommerende zuster.

Het belangrijkst moment in het leven dezer zuster was wel dat, waarin het aan Hare Majesteit de Koningin-Moeder behaagde als Beschermvrouwe van de Vereeniging optetreden. Het was in het jaar 1901 dat zij, door het ontvangen van dit gunstbewijs, met nieuwen moed werd bezield en zich verheugen kon in het streelend bewustzijn dat Hare Majesteit, in zóó menig opzicht het sociale leven onzer dagen met belangstelling volgend, ook aan dezen nuttigen vrouwenarbeid Hare hooge goedkeuring had willen hechten.

Een in ander opzicht beteekenisvol oogenblik was het ook, toen — krachtens een geheim besluit, genomen in de Algemeene Vergadering van den »Oranjebond van Ordec van 7 Juni 1902 — aan Mejuffrouw B. L. W. Van der Hucht op 1 5 October d.a.v., ter gelegenheid van de achtste Algemeene Vergadering der Vereeniging, van welke zij de oprichtster en steeds de ziel was, het Eerelidmaatschap van den Bond werd aangeboden, tegelijk met een herinnerings-album, met hare goedkeuring bestemd om daarin de autographieën harer trouwe medewerksters te verzamelen, het eerste blad van welk album met de handteekening van Hare Majesteit de Koningin-Moeder prijkte. Hier was in eenvoudigen vorm en — wij mogen het zeggen : uit hartelijke erkentelijkheid — rechtmatige hulde gebracht aan de geëerde Presidente der Vereeniging,

zoowel als aan deze zelve aan de zuster, die

den onverzadiglijken broeder haar leven lang had verwend en niet moede zoude worden dit te blijven doen.

Volge hier de naamlijst van de leden van het Hoofdbestuur der Vereeniging, met de jaren gedurende welke zij gefungeerd hebben: 1894—heden. Mej. B. L. W. Van der Hucht te 'sGravenh.,Presidente-Penn.resse. ï 897—1898. Mej. A. T. Van Bemmelen te Leiden. 1894—1896. Mevr. de Wed. Dr. W. Bosch-Dorrepaal te 's Gravenhage, VicePresidente.

1894—1898. Mej. A. M. C. Engelbrecht te's-Gra-

venhage, Secretaresse. 1895. Mej. A. M. C. ten Hagen te 's Gra¬

venhage.

1894— 1900. Mej. A. Hingst te 's Gravenhage,

2e Secretaresse.

> 1894—heden. Jonkvr. C. Baronesse van Hogen-

dorp te 's Gravenhage. !QOo—heden. Mevr. B. Langeveld-Hebbenaar te 's Gravenhage (thans te 1 ïillegom), 2e Secretaresse. ï894—heden. Mej. C. G. Rasch te 's Gravenhage. 1901 —heden. Mej. W. Scheltus te's Gravenhage, 2e Secretaresse.

1895—heden. Mevr. R. Sénator-Moresco te

's Gravenhage.

ï895—heden. Mevr. P. C. W. Steenberghe-Bosch

van Drakestein te 's Gravenhage.

1898—heden. Mej. J. A. Stok te 's Gravenhage,

ie Secretaresse.

; 1895—1898. Mej. C. M. Vissering te 's Graven-

; hagfe, ie Secretaresse.

0 >