is toegevoegd aan uw favorieten.

De coupeur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Fig. 40.

Overjas met naden over het midden van de schouders,

mouwen en voorpanden.

Maten.

Bovenwijdte. . . . 90 cM. Onderwijdte. ... 90 „ Rugbreedte. ... 19 „

Korte laillelengte . . 44 cM Lange taillelengte. . 48 „ Geheele lengte. . . 108 „

Opstelling.

Trek een winkelhaak A—C en A—B.

A—A 1 is l/6 + t2 = 10 cM.

A—D is 'A + 1/e = 20 cM. (rugbreedte). A—C is 48-2 = 46 cM.

E is de helft van D—C (voor de armwijdle).

F is de helft van E—C.

A—I is 'A = 24 cM. (rughoogte).

A—J is 44 cM. (korte taille) en A—K is 48 cM. (lange taille). F—G is ,/4=12 cM.

De lijn G—A dient om punt II aan te geven.

De bekomen punten doortrekken als volgt:

Van D tot M. Van E tol N. Van F tot O en van C tot P.

Van 1 tot Q. Van J tot R en van K tot S.

Van af K op de lange taille 2 cM. naar binnen gaan en een lijn trekken tol A.

Van deze lijn uit wordt de boven- en onderwijdte gemeten. T is de helft van A—I.

Deze lijn doortrekken tot C.

W is de helft van T—I en wordt doorgetrokken tot V. Van C tot V is Vs = 6 cM.

Plaats den winkelhaak op W—II om de schouderhoogte van den rug aan te geven.

De schouderlengte is 1/3 = 1(j cM. van afH.

Z Z is de helft van N—M.

De lijn T—Z Z geelt de carrurebreedle aan.

T T is de helft van Z Z—Z.

De rugbreedte op de lengle is Va = 24 cM.

Teeken den rug volgens bekomen punten. Zie het Figuur.

Tusschen rug en voorpand op de lijn T—ZZ 2 cM. uitnemen en doortrekken lot U de helft van de rugbreedte.

De lijn VV—V dient om de schouderhoogte van het voorpand aan te geven, punt X.

liet kruispunt van de lijnen T—C en V—F wijst het halspunt aan.

Van I 1 tot (j is 48 -f 7 = 55 cM. (halve borst). Geef de schouderlengte van den rug ook aan de schouderlengte van hel voorpand.

Van J 1 tol R is 48 + 8 = 50 cM.

Van Q lot (J 1 en van R tot R 1 is 7 cM.

Teeken de omtrekken van hel voorpand als hel Figuur, van voren 4 cM. verlengen.

Voor dil model wordt het voorpand doorgesneden van af N in ronden vorm tot aan de lange taille en vervolgens iu rechte richting naar P P.

Voor het weder dichtnaaien moet voor dezen naad slof aangesneden worden.

De knoopen worden 9 cM. op den kant geplaatst.

De Mouw.

De mouw wordt gewoon opgesteld, maar voor dit model doorgesneden op de aangegeven punten en voor het weder dichtnaaien slof aansnijden.

Van A A tol RB is dezelfde afstand als A—Al van de jas 10 cM.

Ter hoogte van den elleboog van 1) I) tol CC is I cM. meer dus 11 cM.

De wijdte op de hand in de helft verdoelen punt E E.

De opslagen met een afgerond splitje op het midden van de mouw. Zie het Figuur.