is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

... toch heeft het jagen zonder hond een ander karakter en gaat meer den kant uit van schieten, op zichzelve beschouwd een nioeielijke sclioone kunst, maar niet zoo hoog staande als de jachtkunst. Waar jager en hond één van zin, één van wil, één doel hebben, dat doel door samenwerking en ingespannen volharding eindelijk bereiken, daar zie ik jachtkunst en wordt gejaagd in den besten zin des woords.

Een dag op patrijzen, in ruim en goed bezet veld met een koppel prima setters of pointers, een dag in gecoupeerd terrein met velden en bosch, heggen en poelen achter een goeden griffon, een dag op watersnippen, met een ouden vertrouwden snippenhond, onverschillig van wat ras of kleur, dan gaat het jagershart open, dan 0 mysterie der wisselwerking dan schieten wij raak,

worden als het ware geëlectriseerd, voelen geen vermoeienis en zijn één

dag lang koningen van de schepping.

De jacht op waterwild, 't zij in een schuitje, 't zij met de hooge laarzen langs rietkraag en moeras, is een jacht vol afwisseling en vol avonturen, waaronder ook onaangename voorkomen; ook hier kan men allerminst een hond missen en er best twee gebruiken, terwijl de voorzichtige Nimrod, niet het spook der rlieumatick in het verschiet, een paar wollen sokken extra in de tascli pakt.

Een best schot zag ik eens op de eendenjacht vallen, 't was in den zeevang bij Edam, er op uit zijnde met een broodjager, ieder in een snippen-schietertje; 't werd lunchtijd en Piet haalde een reuzenboterham uit zijn traditioneel blauw zakje, t geweer werd nedergelegd en de boterham onder tanden genomen, daar gaan twee snippen op, vliegende in verschillende richting, kalm lag hij de boterham neder en maakte even kalm een mooie doublet met zijn tromplader van oudvaderlijk model, waarin van tijd tot tijd als prop een handvol gras, den dienst van wisscher vervulde.

Wie van de waterwildjacht thuis k,omt en zijn hond niet goed verzorgt, zijn hond, die na een halven of lieelen dag op zwaar riet gewerkt te hebben er vaak uitgeput en bloedende uitkomt, wie zeg ik, dan niet allereerst zorgt voor zijn trouwen jachtgezel, die is den naam van jager onwaardig.

De drijfjacht heeft vooral zijn gezellige zijde voor wie buiten woont en dan de kennissen overkrijgt, of voor wie dan Nederland van West naar Oost en van Zuid

naar Noord doorreist is het een druk aangenaam seisoen en zoo denken de

opzieners er ook over. Dan knallen de schoten, wordt er braaf met spek geladen, uiën getapt en zich in het latynsch geoefend; als er dan maar één goede verlorenapporteur bij is wordt gewoonlijk het resultaat bevredigend en zijn gasten en gastheer in dankbare stemming. Een goede jacht gevolgd door een gezellig diner, een algemeen praatje of een whistpartijtje tot besluit en men slaapt heerlijk in, droomende van kudden hazen, wolken faisanten, heirlegers konijnen en meesterlijk getroffen langsnavels, die morgen weder op u wachten.

Dat bij drijfjacht voornamelijk op bosch, voorzichtigheid de eerste plicht is,