is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LaastelijJc zullen de kinderen eenige Kromhout of Knods genomen hebben en daarmede den bal voortlgpslagen of wat gefatsoeneerd en dus een houten Klik zullen gemaakt hebben en eindelijk in gebruik geraakt zijnde, toen heeft men Loode of mogelijke Tinne Kolven gepractiseerd. Gelijk men leest in Halma woordb. op V woord Kolf een Schotse een Loode Kolf. Doch deze wat te zagt van Aloij bevindende, zijn dezelve thans alle van Koper gemaakt.

Be naam van Kolf zal zeekerlijk zijn oorsprong hebben van een snaphaan welk onderste gedeelte gelijk men weet de kolf genoemd tvord, tcaarvan ook de Cot veniers Doelen, de naam draagt, zijnde van ouds een oefenplaats van de Handbusse en de Roers eertijds Coluver genaamd gelijk men leezen kan in Pontanus Beschr. van Amsterdam, alwaar men vind: Koluvre, wierd van onze voorouders genoemt een Busse of Boer, dewelke ook bij Coluvrier, eene die met de Busse schiet verstaan hebben en verders in de oude chronyken. Zij versagen hen van Bussen, Boogen, Koloveren enz.

Over de ballen vinden wij opgeteekend, dat deze oorspronkelijk waren gemaakt van haar en ook van vederen zeer sterk in malkander gewonden (Pennebal).

Vervolgens heeft men houten, daarna werden sajette ballen uitgevonden, die in verscheiden groote gemaakt werden een ieder naar zijn genoegen en met zeer fijn koperdraad ineen gewerkt, die met leder of zijde overtrokken waren. Tegenwoordig gebruikt men veel gummi ballen (hardloopers genaamd).

Wat de banen betreft lezen wij in genoemde verhandeling het volgende: die worden thans hoe langer hoe frayer gemaakt, en de stukken of Balen worden ook verbetert, voor deze waren het maar kleine baantjes en dunne stukjes, maar nu vind men in de meeste fatsoenlijke Herbergen twee a drie Baanen, waar men er doorgaans een in vind die 80 of 90 voeten lang is en verschelde overdekten. Men weet dat er rondom Amsterdam langer Baanen zijn, als vooreerst die in Stad/ander, dewelke 180 voeten lang is en den anderen is op den Am stel in de Paanwen Tuin, die is lang 111 voeten. Be stukken of Palen worden van hard hout gemaakt en in groote Baanen wel wat dikker, zommige met koper rondom en zeer wel gefatsoeneerd, en eindelijk zijn er nu steene of warmere stukken gepraktiseerddat ook heel fraai staat en meteen tegen de regen kan houden.

Het kolven werd zoo algemeen dat men o. a. in 1769 in en om Amsterdam alleen 179 kolfbanen vond, in 1792 waren er 217. Te Buiksloot waren er zes en wel in »'t Hof van Holland«, in »'t Roode Hert« in de »Wijndruif« en bij kastelein Struijving in de Buikslotermeer; Nieuwendam was met 4 bedeeld, in de >Plaats royaal«, het »Hof van Holland* en in »'t Veerhuis«. Te Schellingwoude waren er twee, waarvan één als die te Nieuwendam overdekt.

Weesp had zes banen, waarvan die in het »Amsterdamsche Veerhuis« overdekt. De andere waren in de »Roskam«, het »Loosje«, het 4Groene Woud« en « t Anker« benevens een in de Middelstraat.

Haarlem bezat binnen de wallen vijf banen, één in de »Ooyevaar«, in de Zijlstraat, twee in de »Keizerskroon« en twee in het »Zwarte Laken«. De 4 laatste vond men op de Raak.

9