is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet lichaam gelet werd, en men steeds trachtte met de schouders op gelijke hoogte te blijven en zonder lichaamsverdraaiing, zoowel bij eenhandig als tweehandig drukken, het gewicht te strekken. De meesten van hen drukten recht-

Knipliorst Ant. J. Abspoel.

staande éénhandig 50 Kilos. Ik herinner mij hoe een krachtstaaltje, dat wij vroeger uithaalden, het drukken van 100 en het stooten van 115 Kilo's was, beide tweehandig.

Een bedroevend feit was wel, dat het niet methodisch oefenen bij sommigen zeer nadeelige gevolgen had wegens hartvergrooting en hoewel men daaraan dooide groote werkzaamheid van hót hart bij alle mogelijke inspanningen of oefeningen, die krachtsinspanning vereischen bloot kan staan, is zulks toch bij systematisch oefenen grooteiuleels te voorkomen, wanneer men zich van tijd tot tijd eens bij den dokter laat onderzoeken en.... groote krachtsinspanning nalaat, zoo dit wordt aangeraden!

Tot de groote krachtsport-beoefenaars van lateren datum 18S0—1890 moeten onder anderen genoemd de Delftsche studenten Kniphorst, C. Vlaanderen, De Sturler, Lemkuhl, Schram en R. van Schaik eveneens te Delft, te 's-Gravenhage H. Kramers, te Amsterdam Max Enthoven, Greiner, Kluit en Bos.

In die jaren deed ik minder aan krachtsport, daar ik toen meer voelde voor den volgens mijn opvatting meer gezonden roeisport en aangezien te volumineuze biceps, delta-, ruglenden-spieren de gemakkelijkheid van het roeien, volgens stijl, eerder belemmeren dan bevorderen, volgde ik een training, die mij daarbij behulpzaam was.

De sterkste toer van Kniphorst bestond in het eenarmig voorwaartsstrekken

14