Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het huis der Nederlandsche Sporten voelt de athletiek zich als een arme neef in de woning van een rijken oom. Terwijl het meerendeel der in ons land beoefend wordende takken van sport bloeien en groeien en over genoeg middelen beschikken om zich te roeren, sukkelt de athlet.ieke sport sinds jaar en dag aan bloedarmoede en het daarmede gepaard gaande gebrek aan contanten om zijn beoefening aantrekkelijk te maken. Er is nu eenmaal niets te veranderen aan het feit, dat een tak van sport om te bloeien geld noodig heeft en alleen over de noodige fondsen komt te beschikken als hij genoeg ingeburgerd is. Dit voelt de athletiek in hooge mate. t Is als met het roeien. Zonder het vooruitzicht van eenige interessante wedstrijden, die als een belooning te beschouwen zijn van de vele opofferingen, die men zich in den trainingstijd getroost, zouden er slechts weinigen te vinden zijn, bereid zich weken lang te onderwerpen aan de strenge eischen, die een goede training stelt. Dus zonder wedstrijden geen beoefenaars en zonder beoefenaars geen geld, dus geen wedstrijden. Een vicieuse cirkel, waaruit de hardloopsport niet ontkomen kan, hoe hard hij loopt.

Deze stand van zaken is te betreuren, niet zoozeer voor onze gegoede burgers, tot dusverre uitsluitend de eenige klasse in ons land, die aan sport doet, want zij heeft genoeg middelen om zich de weelde van de beoefening van een duren sport te veroorloven, doch voor de mingegoede kringen onzer burgerij en den minderen man, voor wie tot nu toe het beoefenen van een of anderen sport een ideaal is gebleven. Kijken naar het oplaten van een luchtballon, het hossen op Koninginnedag en het de beest spelen op Hartjesdag, ziedaar de sport, die ons volk weerbaar moet maken. De behoefte tot sport, tot lichaamsbeweging, is er. Zij wacht slechts om in goede richting geleid te worden. Of de vereeniging »Volksweerbaarheid« daarin slagen zal? Na den eersten storm, verwekt door de onafhankelijksheidszin en den heldenmoed van Vrijstaters en Transvalers, is de zucht tot weerbaarmaken van ons volk nu reeds gedaald tot een zuchtje, van de door het

22

|AH' P Kj

Sluiten