Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere periodieken die zich geheel of gedeeltelijk aan den hond gewijd hadden zooals: »Onze Honden* (Assen—Apeldoorn 1887.), liet Sportblad ('s-Hage 1889.), »De IIond«, (Apeldoorn 1S95.) hebben geen vasten voet in voldoenden lezerskring hier kunnen vinden.

In 1899 kwam nog een practisch populair geschreven werkje uit te Deventer bij Kluwer & Co., »De Hond, zijn lichaamsbouw en zijne inwendige organen*, door W. S. Stüven, rijksveearts geschreven; liet geeft de raspunten, illustratiën van verschillende rassen, daarbij een korte tekst en zeer aanschouwelijk op vijf beweegbare platen aangetoond, de eigenlijke anatomie van den hond.

Wie over dit laatste onderwerp echter iets meer wil weten, schaffe zich het uitstekende duitsche werk aan van Dr. W. Ellenberger, »Systematische und topografische anatomie des Hundes«, Berlijn 1894, bij Paul Parey.

Ten slotte, et pour la bonne bouche, verscheen in Januari 1894 liet >Raspuntenboek van cle Nederlandsche vereeniging Cynophilia« samengesteld door haren toenmaligcn voorzitter H. A. Graaf van By landt en van denzelfden kynoloog in Augustus 1897, »Les Races de chieiisc, dat, ofschoon in België en in het Eransch uitgekomen, toch hier wel mag worden vermeld. Beide prachtwerken algemeen bekend en gewaardeerd, zijn met hun overrijken voorraad van illustratiën, gegevens, informatiën en helderen tekst, standaardwerken voor iederen kynoloog in den wijdsten zin genoinen en eene onuitputtelijke bron voor wie over hondenrassen, vereenigingen en raspunten iets wil weten of naslaan.

Besluiten wij met een praatje over hondenfoksport.

Zij die honden houden, zij die honden tentoonstellen en zij die honden fokken, vormen het in ons land aanzienlijk corps dergenen die aan hondensport mIocik. De beide eerste categoriën maken de meerderheid uit, maar de minderheid, de fokkers van honden heb ik op het oog.

Een onzer sportbladen gaf eens deze krasse uitspraak ten beste: »Kynologie is studie, hondensport zonder kynologie is »gebeunhaas«, en al moet ik er wat afdoen al is de uitdrukking wat ruw in elkaar gezet, toch is de kern van het idee gezond. I londcnsport zonder kynologie, daar kan de hondenliefhebber, desnoods nog de simpele tentoonstelier mede volstaan, maar zeker is het fokken, het volhardend fokken, zonder studie, zonder wetenschap van den hond, een geblinddoekt loopen en een tasten in het duister. Wie fokken gaat moet, zelfs behalve kennis, ook wilskracht, volharding en gezond verstand bezitten om te slagen.

Ieder die fokt, die dus iets wil produceeren, dient vooraf een doel, een vaststaand beginsel in het oog te houden, en voor een deel zal dat doel zijn: vooruitgang, zoeken naar verbetering, trachten naar volmaking. Ook de minst enthousiaste professional, die eenvoudig voor »de markt* voor ,,de vraag" fokt, is aan dit doel, in zijn eigen goed begrepen belang gebonden vooral nu de groote

Sluiten