Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten deele nog worden gevormd, ten deele uitgebreid. Gebrek aan ruimte moeft hier wel een ernftig beletfel worden voor de ontwikkeling van het onderwijs. Het invoeren van de nog niet gegeven leflen die door de Wet werden geeifcht, werd ten eenenmale onmogelijk. Het ontbreken van eenige localiteit voor het teekenen naar dieren, (waarop meer dan 25 jaren lang werd gewezen) maakte het bij natte zomers veelal onmogelijk den leerlingen gelegenheid tot deze ftudie te geven. Het geringe aantal lokalen voor de praktifche lellen noodzaakte er toe leerlingen van zeer verfchillende vorderingen tot één klafle met éénzelfde oefening faam te voegen, zoodat het wijfelijk aangenomen beginfel van tweejarige vak-curfuflen ten zeerfte verflauwde» Voor beeldhouwers kon het boetfeeren naar naakt model door gebrek aan ruimte niet toegeftaan worden, noch kon er fprake zijn van de beoefening der praktijk van beeldhouwkunft. Bij het eindelijk inftellen der Wed ft rij den was men al weer door gebrek aan ruimte verplicht deze in de zomervacantie te doen plaats hebben. Groote bemoeilijking der leerlingen en verzwaring van zorgen voor de Direétie was er het gevolg van. Allerwonderlijkft overleg moeft er worden gepleegd toen er inderdaad niet alleen een Hoogleeraar, maar ook een klafle voor Gravure kwam en een Pers geplaatft moeft worden. En de verzamelingen! Hier was althans hulp te vinden: men kon zooveel mogelijk het vormen van verzamelingen voorkomen ! Skeletten voor de ftudie van dieren werden gedurende vijf en twintig jaren geleend van het Kon. Gen. Natura Artis Magiftra; in 1899 vermeldde het jaarverflag dat de verdere aankoop voor de beeldengallerij geftaakt was wegens gebrek aan ruimte. Maar toenemen moeft noodwendig de verzameling van „copiën en kunftwerken van met het jaargeld begunftigden", en afwiflelend moeit öf de Groote Gehoorzaal óf de Expofitiezaal voor berging van voorwerpen dienen, die geenfzins om Gehoor vroegen noch voor Expofitie geëigend waren. Welk een beteekenis had de eenvoudige zinfnede in het jaarverflag over 1906: „Uitbreiding van de localiteiten had niet plaats, zoodat wij ons „aan vorige verflagen moeten gedragen ten aanzien der onvoldoende ruimte"...

Niet fteeds of uitfluitend werd aan doovemans deur geklopt en meer dan eens zelfs werd een ontwerp tot aanbouw gemaakt en een daarbij behoorende raming van koften, en er werd veel onderhandeld over het dierengebouwtje in den tuin. Waarom dan nimmer eenig refultaat bereikt werd? Achtte men bij de enorme fommen die over het algemeen aan Hooger, Middelbaar en Lager Onderwijs ten kofte gelegd werd een betrekkelijk geringe

Sluiten