is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek van het Nederlandsch Jongelingsverbond 1853-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. VAN OOSTERWIJK BRUIJN 1853—1891.

Onze Bondsvader! Onze Bonds-eerevoorzitter!

We kunnen, we willen ons 't Verbond niet denken zonder hem.

Dat hij — juist hij, ons Gouden feest niet mee vieren kan, smart ons zoo diep!

Want wie den naam des Verbonds noemt, denkt aan van Oosterwijk Bruijn.

We zullen van al zijn arbeid voor dat Verbond verricht, hier niets ze a-gen.

Dat is een reuzenarbeid, lang, kloek, en daarbij zoo moedig, zoo vol talent, zoo geheel belangeloos verricht, voor de jongelingen in en buiten ons goede land; meer dan volle veertig jaren!

Ons voegt thans stille te zijn, en te wachten op den tijd dat alles klaarheid zal worden en blijdschap ook voor onzen Bondsvader. Openbaar zal eenmaal worden, ten volle, wat goeds hij deed voor ons Verbond en hoeveel zegen God op zijn trouwen arbeid wou schenken.

Wij laten hier voorts alleen volgen de aandoenlijke regelen, die Ds. P. J. Mokton zijn' boezemvriend wijdt.

Als Jonathans aan Davids ziel Werd mijne ziel aan hem verbonden,

Waar 't heillot ons ten deele viel,

Dat we in den dienst van Jezus vonden.

Als Emmaus' jong'ren eens te zaam Op éénen weg, de Heer in 't midden,

Met harten, brandend voor Zijn naam. Vereend in dienen, strijden, bidden ;

Zóó mocht 'k den eed'len jong'lingsvrind Schier half een eeuw den mijne noemen,

Door hem met echte trouw bemind, En in zijn vriendschap mij beroemen.

Een hart vol liefde en teederheid,

Een geest verklaard door helder denken,

Die ons de vrucht van zijn beleid,

Maar meest aan 't Jong'lingsbond mocht schenken.

Is nu dat hart zoo fel geplaagd,

Die geest door duisternis omvangen,

Zoo lang 't God in Zijn raad behaagt; Wij blijven biddende verlangen.

Dat ook in dezen nacht Gods hand . Nog uitgestrekt word' tot genezen!

Ons hart blijft dankbaar hem verpand Voor wat hij ons Verbond mocht wezen.

15 April 1903.*) —• Overleden 4 Mei.

Wij stonden weenend bij zijn graf, Maar ook met dezen troost in 't harte,

Dat hij, verlost van alle smarte,

Geen schaduw op ons feest meer gaf.

P. J. M.

!) Dit was reeds gezet, toen het bericht van het overlijden des heeren v. O. B. ons bereikte. We laten 't bovenstaande onveranderd, maar voegen er alleen eenige, ons daarna toegezonden versregels van Ds. Mof.ton aan toe.