is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek van het Nederlandsch Jongelingsverbond 1853-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een afgevaardigde vraagt naar aanleiding van het Verslag van den Penningmeester, of de bezittingen der ontbonden afdeeling te Ommelanderwijk gekomen zijn aan het Verbond, of later moeten afgestaan worden aan een nieuwe vereeniging, die mocht worden opgericht.

De Penningmeester antwoordt, dat deze goederen gekomen zijn aan het Verbond. De Afgevaardigde van Amst. Handiuerkstand (Henneveld) zag gaarne die verslagen vroeger meegedeeld.

De Bondsvoorzitter zegt toe de mogelijkheid te overwegen.

De heer Zk\ erboom constateert, dat de gebeden voor deze zaken zijn verhoord^ en dankt degenen, die hebben meegewerkt aan de samenstelling der verslagen.

De Voorzitter sluit zich daarbij aan en dankt de broederen Willemse en Sillem, die meer deden, dan door de meesten wordt bevroed.

Wat de plaats der volgende bondsvergadering betreft, deelt Groningens afgevaardigde mede, dat de vereeniging niet in staat is het Verbond daar te ontvangen, en stelt voor; Meppel. De afgevaardigde van Meppel deelt mede, dat ook zijn afdeeling er niet toe in staat is, door gemis aan voldoende lokaliteit. Ds. Groeneweg vraagt: kan 't ook te Assen? De afgevaardigde van Assen zegt, dat 't ook daar niet mogelijk is. De heer De Moor (Hoofdbestuurder) stelt voor 'tover te laten aan de prudentie van't bestuur. De lieei Schmal raadt aan; Zwolle. De Voorzitter stelt voor den wenk van den heer De Moor te volgen. Dienovereenkomstig wordt besloten. Het zal zooveel mogelijk in 't Noorden des lands zijn.

De Commissie tot nazien der boeken wordt gedechargeerd. Voor dit jaar worden aangewezen de afdeelingen Zwolle en Meppel.

Br. Van Bommel (Bondsagent en Algemeen-Secretaris) wordt nu verzocht te komen. De Voorzitter begroet hem, en zegt, dat hem een verrassing is bereid. Hij wenscht hem geluk met zijn 12i/2-jarigen arbeid, onverdroten, niet naar waarde te schatten. Ons gouden Jubilé mag niet strekken tot verheerlijking van personen, maar u moeten we toch danken, want door uw arbeid is het Verbond geworden, wat het thans is. Ge hebt er vele vrienden in gevonden, dat weet ge, al vondt ge ook critiek. Arbeid prikkelt tot critiek. Deze pleit dus voor u. — Daarom bieden de Hoofdbestuurders en enkele vrienden u heden een geschenk aan als souvenir aan dezen dag, door u zelf te kiezen. De Voorzitter geeft br. Van Bommel een enveloppe.

Br. Van Bommel dankt. Hij kan nu niet veel woorden gebruiken. Hij schrikte, toen hij in den „Bode las, dat de secretaris van zijn 12^/2 jarig jubileum sprak, daar hij vreesde gehuldigd te worden. De nood was hem opgelegd voor zijnen arbeid, daarom heeft hij gedaan, wat hij deed. Toch dankt hij voor de hem betoonde belangstelling. Hij zal zijn krachten blijven besteden aan 't Verbond. En God zal zijn en des Verbonds arbeid blijven zegenen!

In behandeling komt nu 't voorstel Nieuwe-Pekela tot reorganisatie van 't Verbond. De Voorzitter stelt dit met het praeadvies van het Hoofdbestuur aan de orde;

Het Hoofdbestuur van het N. J. V.

Ontvangen hebbende het' voorstel van den Ring N. Pekela tot verdeeling van het Verbond in prov. afdeelingen,

Overwegende, dat uit dit voorstel een belangstelling in Bondszaken spreekt, welke ernstige waardeering verdient,

Overwegende, dat voor het aangegeven denkbeeld veel te zeggen valt, maar ook, dat het een zeer belangrijke totale reorganisatie van het Verbond insluit, welke met groote voorzichtigheid dient te worden overdacht,

Stelt voor:

a. den ring N. Pekela te danken voor het gezonden voorstel;

b. eene Commissie van 3 Bondsbestuurders en 4 Bondsleden te benoemen, waarin mede de Bondsagent zitting heeft, wier taak het zijn zal, het voor en tegen van dit voorstel te overwegen, het te toetsen aan de geschiedenis en aan 't beginsel van het \ erbond, na te gaan öf en welke Statutenwijziging het noodig maakt, en eindelijk of en wanneer het uitvoerbaar is;

c. deze Commissie dadelijk te benoemen, met het verzoek haar rapport zóó tijdig op te stellen, dat het in de Kerstmisvergaderingen der Ringen kan worden besproken en overwogen.

Het Hoofdbestuur zal dan, na het oordeel der Commissie en der Ringen vernomen te hebben, zijn advies vóór de Paaschvergaderingen rondzenden, zoodat het voorstel ter Algemeene Vergadering van 1904 ter afdoening kan worden behandeld.