Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaardigden des volks, die hier schier dagelijks voorbijgaan, het geweten wakker te schudden en hun toe te roepen, welke heiligschennis hier gepleegd is.

Of dit doel bereikt is? Op het oogenblik, dat deze letteren ter perse gaan, ziet men de taak beginnen, die de Zaal zal verlossen van haar treurigen ombouw, om haar terug te brengen in den oorspronkelijken toestand. Een der torens staat reeds gedeeltelijk vrij, het linker zijgebouw ligt in puin, en weldra zal het andere volgen.

Welken indruk maakte dit gebouw in zijn zonnige jeugd, welke beteekenis had het in die dagen? De heer Ising geeft ons hierop antwoord. „Hoog rees de Zaal op te midden van Hollands houtrijke duinstreek. De forsche gevel, tusschen twee slanke torens gevat, overdekt met een sierlijke kap, uit kostbaar Ierscli eikenhout getimmerd, werd de Zaal bij uitnemendheid genoemd. Sedert het midden der dertiende eeuw maakte zij het middelpunt uit van het Haag sche Hof. Daar vierden de Graven uit de Huizen van Henegouwen en Beieren feest; daar spraken de Bourgondische Hertogen recht; daar wapperden in de glorierijke dagen der Republiek de vaandels en banieren, op 'slands vijanden veroverd. Zij was getuige van de pracht en weelde der riddertijden, van de rijpende beschaving, van de zangen der meistreels en de tournooien der Heeren; zij zag de wording der Republiek, haar bloei, haar kracht, haar bloedige offers, haar verval/'

Ook al heeft Floris V hier niet de orde van St. Jacob ingesteld, in de Zaal hield Filips van Bourgondië toch herhaaldelijk vergadering of Staete van zijn Orde van het Gulden Vlies, de eerste maal in 1432, maar met buitengewonen luister in 1456 bij de viering van het vijf-en-twintig-jarig bestaan der Orde.

In den Grafelijken tijd diende de Zaal tot feest- en eerezaal, waar de Heeren, Ridders en Edeïvrouwen zich verzamelden, als de genadige Heere ter jacht toog of uitreed, om te „voghelen" in de wildrijke duinstreek; hier werden de schitterendste feesten gegeven, waar de weelde schier tot verkwisting steeg. Doch na den Grafelijken tijd diende de Zaal tot praktische, vaak politieke doeleinden. Binnen deze muren namen in 1581 de afgevaardigden der Geünieerde Provinciën het belangrijk besluit, waarbij de Koning van Spanje vervallen verklaard werd van zijn heerschappij over de Nederlanden, „op grond, dat de onderzaten niet van God zijn geschapen ten behoef van den Prince, om hem in alles, wat hij beveelt, recht of onrecht, onderdanig te wezen en als slaven te dienen, maar veeleer de Prince om de onderzaten, zonder welke hij geen Prince is, met recht en redenen te regeeren en voor te staan en lief te hebben, alzoo als een vader zijn kinderen." Zoo hoorde men daar in de oude Zaal reeds in de 16e eeuw de ideeën der democratie ruischen, niet alleen als gewensclit ideaal, maar ook tot een levend beginsel van staatkunde aannemen.

Sluiten