is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het „Ca ira uit de Trèvezaal klonken, een deputatie van Fransche en Hollandsche officieren, die, nadat de bezittingen van den stadhouder verbeurd verklaard waren ten behoeve van het reddende en vrijmakende (?) Frankrijk, eenige historische reliquieën goedwillig aan Nederland achterlieten, als een bewijs van vriendschap. Voorafgegaan door een Fransch muziekkorps en gevolgd door het geheele garnizoen van den Haag droegen eenige Fransche en Hollandsche generaals en officieren die merkwaardigheden, als de admiraalstaf van de Ruyter, het zwaard van Tromp en dergelijke, die Willem V in het Valkhuis, waar hij ook een verzameling van schilderijen had en een natuurkundige verzameling, had bewaard. Uit dankbaarheid voor zooveel grootmoedigheid besloot men onmiddellijk den Franschen gezanten een maaltijd aan te bieden.

Aan den overkant van het Binnenhof, aan den zuidwestelijken hoek, verrijst het gebouw, waar de Tweede Kamer vergadert. Wij zagen reeds, dat dit een deel is van den vleugel, in 1777—1793 ten behoeve van den stadhouder gebouwd. Na het vertrek van den Prins in 1795 werd het onder den naam „Nationaal Hotel" ingericht tot vergaderplaats der Eerste Kamer van het Wetgevend Lichaam, in 1806 tot koninklijk verblijf, vervolgens als pupillenschool en militair hospitaal, totdat Koning Willem I er den 16^en Oct. 1815 de Vergadering van de StatenGeneraal der Vereenigde Nederlanden in opende. Van dien tijd af dient het gebouw tot zijn tegenwoordig doel.

#

Vóór wij dit gedeelte van het Binnenhof verlaten, waart ons oog rond over het plein, door deze gebouwen ingesloten. Een monumentale fontein van ijzer smeedwerk is er in den nieuweren tijd geplaatst ter eere van graaf Willem TT, den stichtei van den Haghe. Op dit plein wordt onze aandacht geboeid door een somber beeld uit de vaderlandsche geschiedenis, dat voor onzen geest verrijst, want ondanks al het rijke van onze historie, bleef ook zij niet vlekkeloos en de partijstrijd heeft zwarte bladzijden geschreven in ons geschiedboek.

'tls de tragische geschiedenis van Johan van Oldenbarnevelt. Op Woensdag 29 Augustus 1618 was 'slands Advokaat 's morgens vóór negenen in zijn koets naar het Hof gereden, om de vergadering der Staten van Holland bij te wonen. Bij de buitenpilaren van de brug naar 't Hof, vóór de Hofpoort, thans Stadhouderspoort, werd hij opgehouden door den opper-kamerling van Prins Maurits met de mededeeling, dat de Prins den Advokaat wenschte te spreken. Oldenbarnevelt klom de trappen op en trad het salet binnen, waar hij gewoon was, zich met den Prins te onderhouden. Een poos later kwamen ook Hugo de Groot en Hoogerbeets op het Hof en werden mede ontboden door den Prins. Wat er toen geschiedde, is bekend.