is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haagambacht, Berkenrijs in de vlakte van Waalsdorp, dus noord-noordoostwaarts van Den Haag; de Myente, een gemeen bosch, onderscheiden van het grafelijke, vond men te Eikenduinen, en een ander gemeen bosch in 't zuidelijk gedeelte van den Zusterpolder.

De hooge duinstreek en geestgronden ten noorden en westen van Den Haagwaren in dien tijd gedeeltelijk met bosch bedekt, en dat bosch strekte zich uit over de veengronden en broeklanden ten zuiden van de duinstreek. De streek ten noorden van Den Haag heette nog in de 16e eeuw de „Wildernisse", en waarschijnlijk behoorde het Bosch daartoe, alsmede een gedeelte van den grond ten zuiden daarvan tot zelfs ten westen van Den Haag.

Het Bosch had echter in de 14e, 15e en 16e eeuw niet dien statigen trots, welken het tegenwoordig bezit. Vlakten, waar niets dan biezen, varen, braam en ruigte groeiden, werden afgewisseld door bosschen en hooge duinen. Op de lage veengronden groeiden geen hooge boomen. De turf uit deze streek leverde brandstof voor het Hof en werd ten voordeele van het Hof verkocht, en tot 1533 ging men met het graven van turf voort, waardoor zelfs het hout werd uitgeroeid. Daar vele gedeelten door het langdurig uitvenen drassig geworden waren, vulde men de lagere gedeelten met het zand der tusschenliggende hoogere duinruggen en heuvels aan. Zoo werd o. a. de Koekamp gevormd, thans de vlakke weide der herten aan den ingang van het Bosch. Op vele dier afgegraven veenlanden werdén elzen en ander hout geplant en zoo werd op de plaats van vroegere boschjes, die met het afgraven van veen vernield waren, nieuw bosch geplant en de boschrijkheid ten noordwesten van Den Haag onderhouden op beteren grondslag.

Reeds vroeger was een gedeelte van het Bosch, dat aan het Hof grensde, tot wandeling aangelegd, waar ook de edele graven of hun stadhouders den bal sloegen. Dat gedeelte werd omstreeks 1420 omheind en omgraven en ontving den vroeger algemeenen naam van de Houte, terwijl het overige deel als het Bosch werd aangeduid. In de Houte werd in 1386 een fontein gemaakt en de reeds in 1316 bekende Koekamp, waar zeker koeien werden geweid, behoorde er toe.

In de 14e eeuw bestond het Haagsche Bosch nog meest uit berken en elzen en vormde het dus meer een wild, ruw bosschage dan een bosch in de tegenwoordige beteekenis. Eerst in de 15e eeuw werd er meer bijzondere zorg aan het Bosch gewijd. Men zaaide eikels en plantte eiken en beuken. In 1470 werden jonge beuken uit het Gooiland, in 1493 uit Brabant aangekocht, wat ook in latere jaren werd voortgezet. Eerst hierdoor is het Haagsche bosch een statig woud van opgaande stammen geworden. Vroeger had men het meer als jachtgrond dan als lustoord beschouwd, zooals blijkt uit liet bevolken met konijnen,