is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij Limmen bereiken wij den hoofdweg-, den Rijksstraatweg van Haarlem op Alkmaar, waarlangs de stoomtram rijdt. Deze streek tot Alkmaar toe bestaat aan beide zijden der dorpen uit een strook duinachtigen grond, meestal goed gecultiveerd, zoo hier en daar met dunne lagen laagveen in het oude duin gevormd, en hetwelk nog wel weder wordt uitgegraven. Overal blijkt het ons, dat wij hier in de duingronden zijn: de weiden worden door aarden walletjes omsloten, dikwijls met een houtsingel van elzen begroeid, gelijk men dat op hooge zandgronden ook ziet, en zij hebben een schraal uiterlijk. Die indijking geeft aan de bouwlanden een schilderachtige afsluiting, en Beets zette zich, in de „jaren van jonkheid en min" ronddolend door deze streken met zijn lieve vriendin Aleide, gaarne daarop neder.

Ik denk aan die wandelingen,

Waarop wij, hand aan hand,

Door het bosch en het korenveld gingen Onder praat naar ons beste verstand.

Wij zaten ter neer op het dijkje,

Van viooltjes en klokjes omtuild,

En genoten het vreedzame kijkje Naar het duin, waar zich Egmond verschuilt.

De groote boerenstelphuizen ziet men hier bijna niet; 't is een kleiner bedrijf, waar bollenteelt en tuinderij, bessenteelt enz. bij den landbouw een belangrijke rol spelen. Ook de zindelijkheid, hoewel nog naar Hollandschen aard, is niet zoo ver gedreven als op de vochtige graslanden.

De kleinere intensieve cultuur heeft in deze streken een kleinburgerlijke welvaart ontwikkeld, die zich overal openbaart. In de 18° eeuw, toen landbouw, veeteelt en visscherij nog schier de eenige middelen van bestaan waren, was de welvaart geringer dan thans.

Merkwaardige gebouwen vindt men te Limmen niet, behalve het kerkje op eenigen afstand ten oosten van den weg. De kerk schijnt nog Romaansch te zijn, doch daar de muren bepleisterd werden valt dit niet met zekerheid te zeggen. Het koor is verdwenen, de vensters zijn niet groot. Aan de westzijde is de toren in de kerk ingebouwd. Van de oudste kerk zal hier echter niet veel meer in wezen zijn. Men wil, dat hier een heidensche tempel heeft gestaan, die later tot een Christelijke kerk gewijd is, doch in 740 werd verbouwd. Deze streek werd reeds zeer vroeg bewoond en het dorp was waarschijnlijk reeds in dien tijd bekend; zeker wordt het in 980 genoemd onder de gift van Graaf Dirk II aan het klooster van Egmond.

In Limmen werd op 17 Oct. 1799 de capitulatie tusschen de Fransch—Bataven