is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Amsterdam hield men in den eersten tijd beurs op de open straat, nabij de Nieuwebrug. Als het weer regenachtig was, verschool men zich wel onder de luifels van de huizen in de Warmoesstraat bij de St. Olofspoort. Een soort van beurs in de open lucht houden houthandelaars nog in de Kalverstraat voor het Poolsche Koffiehuis, maar veelal gaan zij daar ook binnen.

De toeneming van den handel maakte een eigen en bepaald daarvoor ingericht gebouw noodzakelijk. Eerst werd een gebouw aan het Damrak als zoodanig gebruikt, doch in 1608 werd een eigenlijke Beurs gebouwd. In een wijden boog werd de Amstel aan 't begin van 't Rokin overwelfd, en boven de rivier, die tot de ontwikkeling van den handel der stad zooveel had bijgedragen, werd

De eerste Amsterdamsche Beurs, van binnen.

in 1613 het eerste koopmanspaleis geopend, dat in 1668 al vergroot moest worden.

De Beurs was het centrum van het handelsleven in Amsterdam.

„Daar woelde sedert 1 Aug. 1613 dag aan dag, tusschen 12 en 2 uur, de menigte dooreen: de rijke koopman, die de welvaart binnensleept met volgeladen kielen, en de arme tobber, die tevergeefs een klein scherfje zoekt machtig te worden van 't wereldsch goed, dat de fortuin in 't blinde, zooals men meent, te grabbel gooit — de handige makelaar met zijn radde tong en de stijve boekhouder met zijn effen tronie — de schipper, met het gelaat gebruind in de tropische zon, en de winkelier, uitgedroogd achter zijn toonbank — de Amster-