is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zullen thans ons bezoek aan het Westland van Den Haag uit aanvangen,

om het tot de Maas te doorwandelen.

De straatweg van Den Haag naar Loosduinen, welke ook door den stoomtram gevolgd wordt, loopt door een bloeiende streek, waar warmoezerijen en vruchtbare weiden met elkander afwisselen, terwijl in het westen de duinen met hun naakte toppen schilderachtig den horizon begrenzen. Langs den straatweg vindt men enkele kleine villa's, burgerlijke huizengroepen, zoo hier en daar tot bescheiden dorpskommen in de lengte langs den weg gegroepeerd, en tuindershuisjes te midden van het tuinland, dat veelal door schuttingen of muren wordt afgesloten. Belangrijke gebouwen vindt men hier niet; alles ziet er burgerlijkwelvarend uit en de huizenreeks ondergaat steeds uitbreiding, zoodat Loosduinen

eindelijk door een lange, hol bebouwde straat met Den Haag zal worden verbonden.

Vroeger was deze weg met vele aanzienlijke buitens bezet, die echter meest alle geheel verdwenen zijn of enkel door hooge steenen bruggetjes en poortpilaren met de namen der vroegere huizingen eenige sporen van hun aanwezigheid hebben achtergelaten, terwijl de grond in tuinland is veranderd. Een enkele dier buitens, welks gebouw en boschen daar verrijzen over het tuinland op korten afstand ten westen van den weg, wijst reeds bij de poort aan, dat hier een rustplaats wordt aangeboden aan hen, die den aardschen strijd hebben volstreden. Het is de begraafplaats „Nieuw-Eik-en-Duinen", die hier werd aangelegd.

Nog enkele minuten verder en wij staan in het gehucht Eik-en-Duinen, een eenvoudige reeks van huizen, langs de straat. Een smalle zijweg voert duinwaarts, en weldra staan wij voor de oude begraafplaats „Eik-en-Duinen", schilderachtig en vreedzaam gelegen onder het lommer van 't hooge geboomte. Tal van grafteekens op Eik-en-Duinen herinneren aan bekende personen uit onze staatkundige of letterkundige geschiedenis van de jongste tijden, die hier hun laatste rustplaats vonden.

Wees mij gegroet, gij slaapvertrek der dooden,

Omsponnen met dat statig loofgordijn!

Hoe lieflijk komt gij den vermoeide nooden:

„Laat dit voor u een plek der ruste zijn !

Hier, waar zoo mild de geur'ge heesters bloeien,

Als een prieel om d'open bloementuin,

Jasmijn en roos naast lijkcypressen groeien,

Wees mij gegroet, gij heuv'lig Eik-en-Duin!

Ontsluit ine uw schauw, gij breedgewelfde linden En eiken, die een bouwval houdt omkranst,

Wier hoogste top, doorschuifeld van de winden,

In 't vonklend goud der avondzonne glanst.

Hier aan 't gewoel der trotsche stad ontweken,