is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invoer van vele koloniale en andere produkten van het buitenland, welke van Rotterdam uit over zijn havengebied gedistribueerd werden.

Zoo was het in de 18e eeuw. De 19e eeuw ving onder den invloed van de

treurige tijdsomstandigheden ook voor Rotterdam alles behalve rooskleurig aan.

Een 1 eizigei, die in 180;) deze stad bezocht, zegt, dat de handel niet meer dan

Vio van vroeger bedroeg. Meer dan vijf zesden der magazijnen stonden ledig;

een groot aantal koopmanshuizen was onbewoond en voor een 'nietigen prijs

te koop, en de bevolking, die vroeger 60.000 bedroeg, was in 1813 beneden 52.000 gedaald.

Met het herstel der Nederlandsche zelfstandigheid begon ook hier de handel weer levendiger te worden. Het eerste tijdperk der Nederlandsche handelsgeschiedenis \ an 1815 1830 was van veel beteekenis, omdat in dien tijd de eerste nieuwe strijd werd hervat tusschen de havens van Rotterdam, Amsterdam en Antw eipen. Deze laatste stad, gedurende de Republiek door het sluiten der Schelde vervallen, kwam weder op en trok met ijver van haar gunstige ligging pcii tij. Tusschen die twee concurrenten lag Rotterdam. In het begin van dat tij(l\ stond Amsterdam als haven nog bovenaan 5 in 1810 vielen te Amsterdam binnen 3077 schepen, in Rotterdam 1700, en Antwerpen had het reeds gebracht tot 1000 schepen. Maar na dien tijd won Antwerpen steeds meer en meer ten koste van Amsterdam. En al ging Rotterdam niet zooveel achteruit, het kwam toch ook niet tot grooten vooruitgang.

Na de afscheiding van België werd de toestand beter voor Rotterdam, en de Oost-Indische handel, die vóór 1830 hier te niet gegaan was, bloeide er weder op; het aanzienlijke aandeel van Antwerpen werd naar Rotterdam verplaatst.

Maar er dreigden nog donkere wolken aan den horizon voor de Rottestad. Het Brielsche zeegat, de natuurlijke zeepoort van Rotterdam, was meer en meer verondiept, zoodat schepen van 53—55 d.M. diepgang niet anders dan bij kalm weder en onder gunstige omstandigheden konden binnenkomen. De groote bodems moesten hun weg nemen door het Brouwershavensche Gat en over Krammer en Volkerak, langs Dordrecht, over de Oude Maas tot bij Vlaardingen en vervolgens de Maas weder op, om Rotterdam te bereiken, een omweg, waarmede vele dagen gemoeid waren. En dat in een tijd, toen de snelvaart door stoom in opkomst was!

In die omstandigheden zon men op middelen tot verbetering, en in 1829 werd het \ oornsche Kanaal voltooid naar Hellevoetsluis, dat daardoor opkwam. Dit was aanvankelijk een vooruitgang, maar duurzaam kon dit kanaal niet aan de behoefte voor Rotterdam voldoen, vooral niet bij den meerderen diepgang der schepen. In de gunstigste omstandigheden kon men langs dat kanaal van Rotterdam in 18 uren de zee bereiken, doch in 1880 waren er dikwijls voor groote schepen 5—K dagen noodig. Het Brielsche Gat slibde steeds meer aan, zoodat hier geen hoop meer