is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbouwd werden; dat de kwijning der plantages begon, toen de aanvoer van negerslaven uit Afrika ophield, en dat haar vonnis geteekend was, toen in 1863 de slaven vrij verklaard werden en in 1873 het Staatstoezicht, hetwelk de plantagearbeiders dwong, om onder contract op de ondernemingen te werken, werd opgeheven, l)

De verwachting, dat de negers nu als vrije arbeiders op de plantages zouden willen werken, werd niet verwezenlijkt, zoodat de een na de andere plantage verlaten moest worden en tot de wildernis terugkeerde.2)

Gaandeweg ontwikkelde zich echter, als een gevolg van de vrijverklaring der slaven, de zoogenaamde kleine landbouw. Velen der vroegere slaven toch werden door het Koloniaal-Gouvernement kleine perceelen land, zoogenaamde grondjes, afgestaan, waarop zij zich met goed gevolg op de cultures toelegden.

Na de wederherleving van den grooten landbouw door den aanvoer van immigranten uit Britsch-Indië en later ook uit Java, breidde de kleine landbouw zich meer en meer uit, daar zij, wier contracttijd verstreken was, in de nabijheid van weder in bezit genomen plantages, kosteloos zulke kleine stukken land konden krijgen, van welk voorrecht steeds meer gebruik o-emaakt wordt.

o

Terwijl de cultuur van katoen, indigo en tabak langzamerhand werd verlaten, de rietsuiker tegen de beetwortelsuiker slechts door het gebruik van de nieuwste machines bleek te kunnen concurreeren, en ook de veel arbeidskrachten vereischende koffiecultuur wegens de lage koffieprijzen weinig loonend meer was, breidde de cacaocultuur zich daarentegen meer en meer uit, wier terreinen tegenwoordig de grootste oppervlakte beslaan.

Het is licht te begrijpen, dat de grootere ondernemingen, dieper het land in, het eerst moesten verlaten worden en dat wegens de groote sommen, die het arbeiderspersoneel in de tegenwoordige om-

O <3

standigheden jaarlijks verslindt, het meer of minder gemakkelijk vervoer bij het weder in bezit nemen van verlaten plantages een belangrijk punt van over-

Zie W. L. Loth, Catalogus der Nederl. W. I. Tentoonstelling te Haarlem, 1899. Algemeene inleiding. Amsterdam, J. H. de Bussy, 1899.

2) Van de 116 suikerplantages en de 280 koffieplantages (in het jaar 1761) bestaan nu nog slechts 80, van welke 7 suiker, 3 koffie en 70 cacao produceeren.

E. j. CHAi'MAN, Phot.

Plantage Spieringshoek, (Beneden-Comiiiewijne).