Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbaart in den grooten rijkdom van zeer zinrijke spreekwoorden, waarover hij beschikt. Bij zijne wijsgeerige redeneeringen slaat hij maar al te dikwijls den spijker op den kop, als hij toestanden in de kolonie beoordeelt.

Zoo ontving ik op onze reis naar de kolonie van de groote achterlijkheid, die in Suriname op elk gebied wordt aangetroffen, door een onzer mede-passagiers, een door het goud rijk geworden Surinaamschen neger, een heldere voorstelling, en het was mij een steeds wederkeerend genot, naar zijne kinderlijke, doch philosophische redeneeringen te luisteren, die mij op mijne tochten door de kolonie weder telkens en telkens voor den geest zouden komen. Niet genoeg kon hij uitwijden over het rijke Suriname en aan zijne ergenis lucht geven over de Nederlandsche onverschilligheid en onzen geringen ondernemingsgeest.

Ik herinner mij nog met genot het oogenblik, toen onze boot, die eenige uren vóór de breede monding der Surinamerivier ten anker had gelegen, ten einde den opkomenden vloed af te wachten, het beloofde land tegemoet stoomde en wij bij het vallen van den avond vóór de verschansing het schoone natuurtafereel stonden te bewonderen. Ook onzen neger stemde het aanschouwen van het heerlijke kleurenspel, dat de ter kimme neigende zon op de omringende wolken tooverde, blijkbaar weemoedig, want weder in zijn philosophischen redeneertrant vervallende, riep hij: „Hemel geeft goed teeken! Suriname is mooi, Suriname is rijk! Alleen „maar weinig geld! Hollander komt kijken en gaat weg! Engelschman en Amerikaan „komt en blijft! Hollander is bang voor geld, ik moet U de waarheid zeggen! De „Engelschman en de Amerikaan ziet niet op een paar gulden; die zegt: de stuurman „moetvan wal! Maar die Hollander zijn niks waard, meneer!"

Algemeen wordt gezegd, cjat de neger lui van aard is. Doch men bedenke,

O O O <3

dat hij weinig behoeften heeft, en dat de rijke bodem van Suriname hem met weinig moeite van alles voorziet, wat hij voor zijn levensonderhoud noodig heeft. Op Curacao daarentegen heeft de ervaring geleerd, dat de neger wel werken wil, als de omstandigheden hem er toe dwingen. Hoewel op dit eiland met zijne schaarsche regens de dorre bodem ternauwernood in zijne eerste levensbehoeften voorziet, toch is deze toestand gezonder dan in Suriname, waar den neger meestal voorschotten moeten gegeven worden, om hem tot arbeiden aan te sporen.

De meer en meer ontwikkelende goudindustrie heeft de goede verstandhouding tusschen het blanke en het negerras zeker niet beter gemaakt, daar het maar

o °

al te dikwijls voorkomt, dat de neger door den werkgever geëxploiteerd wordt. Dikwijls blijken de talrijke kleine goudconcessionnarissen niet aan hunne verplichtingen tegenover de arbeiders te kunnen voldoen. Doch ook bij goudmaatschappijen schijnen somwijlen zeer willekeurige handelingen voor te komen, die niet in het belang der negers zijn en die vele negers tegen maatschappijen in het algemeen hebben ingenomen.

Ik wijs hier slechts op het verkeerde systeem van beboeten, dat op vele placers tegen de politieverordening in toegepast wordt.

Sluiten