is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ Den uitgeputten bodem te hulp te komen, is naast de verbeteringen, die ik reeds heb genoemd, zeker een van de eerste zorgen van den cacaoplanter.

Nog maar al te dikwijls hoort men in Suriname de meening verkondigen, dat de zoo buitengewoon rijke Surinaamsche bodem geen hulp behoeft. Men wijst op terreinen, waarop 50 jaren achtereen suikerriet geteeld was en die daarna het prachtigste koffieplantsoen hebben opgeleverd.

De wetenschap leert echter anders. De voorraad plantenvoedingsstof is niet onuitputtelijk en eindelijk zal het oogenblik komen, dat men den bodem moet teruggeven, wat de plant er aan heeft ontnomen.

Op vele plantages zijn cacaovelden, die reeds 50 jaar oud zijn en waarin de doode boomen maar steeds vervangen worden door jonge planten, zonder dat men den bodem ook maar de geringste bewerking laat ondergaan. Op andere ondernemingen, waar men bemesting zou wenschen toe te passen — stuit men veelal op het bezwaar, dat tot nu toe over het algemeen in Suriname weinig aan administratie gedaan is, en men geen voldoende gegevens ter beschikking heeft, waaruit men den ouderdom van het plantsoen kan te weten komen. De kostbare bemesting zal immers in Suriname slechts mogen worden toegepast, wanneer zij dringend noodig is.

Een inrichting voor bodemonderzoek in West-Indië zou zeker aan die koloniën in hooge mate ten goede komen.

Mag het Moederland langer dulden, dat de planters zich voor zoodanige onderzoekingen tot de naburige Engelsche kolonie wenden, waar zoodanige Inrichting reeds lang bestaat? In afwachting, dat West-Indië, evenals onze Oost-Indische bezittingen eene wetenschappelijke instelling rijk zal zijn, mogen de volgende regels over dit onderwerp den planters wellicht welkom zijn.

Dat de cacaoboom een grond eischt, die een hooge en tevens een veelzijdige voedingswaarde bezit, zal wel algemeen in de planterswereld bekend zijn, en dat de bodem in het alluviale kustgebied van Suriname aan dezen eisch ruimschoots voldoet, heb ik boven reeds uit den oorsprong dezer gronden trachten af te leiden.

Enkele Surinaamsche planters, evenals nog vele landbouwers en landbouwkundigen in het Moederland in de meening verkeerend, dat in het laboratorium gemaakte analysen van grondmonsters reeds uitsluitsel kunnen geven omtrent gebreken, die den bodem hunner terreinen, hetzij oorspronkelijk, hetzij ten gevolge eener langdurige cultuur aankleven, zijn reeds eenige jaren geleden begonnen, monsters ter onderzoek naar het laboratorium te Georgetown in Engelsch Guyana op te zenden, waar zij door Prof. J. B. Harrison onderzocht zijn geworden. De uitkomsten van eenige dier onderzoekingen, met de bijgevoegde raadgevingen, neem ik hier over, omdat mij reeds van meer dan ééne zijde aangaande de samenstelling van Surinaamsche plantagegronden inlichtingen gevraagd zijn en omdat het Tijdschrift, waarin de analysen zijn opgenomen, in Nederland zeer weinig bekend is. !)

') Timehri, The Journal of the Royal, Agricultural and Commercial Society of British Guyana. Demerara J. Thomson, 1898. Part. I, blz. 71—80.