is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de aaltjesziekten — rampen voor clen koffieplanter op Java! Zal eenmaal een nijvere landbouw-bevolkine zich lano*s de schoone boorden der Surinaamsche midden-rivieren

o O

nederzetten, om zich de rijkdommen, die de bodem voor een toekomstige cultuur bevat, ten nutte te maken?

Het meer en meer toenemen van allerlei ziekten in de cultures, als een zeker gevolg van de uitputting des bodems, het onrustbarend aangroeien van de bevolkingder aarde, door oorlogen en epidemiën minder dan vroeger tegengehouden, drijft den mensch meer en meer naar maagdelijke terreinen, waar nog een rijke schat van voedingsmateriaal voor zijne cultures in den grond beschikbaar ligt. Doch zelfs op de onvruchtbaarste terreinen zet de voor zijn bestaan strijdende mensch zich neder, om door de hulpmiddelen, die de tegenwoordige wetenschap hem aan de hand doet, den bodem tot productiviteit te dwingen. Overal ontstaan verkeerswegen, als het middel, om de rijkdommen van een land voor den kolonist toegankelijk te maken. In tal van koloniën ontwikkelen zich landbouw en mijnbouw met reuzenschreden, en leeren de aangelegde verkeerswegen bronnen van welvaart kennen, met wier bestaan men te voren onbekend was.

En vragen wij: in welk stadium bevindt zich Suriname, reeds sedert meer dan 2 eeuwen een Nederlandsche bezitting, een kolonie, rijk door het goud, doch niet minder rijk door tal van onschatbare boschproducten en door een bodem, ongeëvenaard voor den landbouw?

Een goudindustrie, die trots de groote belemmeringen, welke het gemis eener snelle communicatie met het binnenland hare ontwikkeling in de7i weg staat, meer en meer vooruitgaat; een landbouw, die zich wegens gebrek aan snelle verkeerswegen nog steeds tot de lage kuststreek moet bepalen en hier nog grootendeels m het stadium van roofbouw verkeert; eindelooze voor een exploitatie ontoegankelijke wouden, vol

van de onschatbaarste producten in dezen toestand bevindt zich in den aanvang

der twintigste eeuw de Nederl. kolonie Suriname, als kolonie oud van jaren, als cultuurland in hare kindsheid.

Het Moederland heeft het in de hand, in dezen toestand gaandeweg verbetering" te brengen.

Het make in de eerste plaats de rijke binnenlanden toegankelijk, de stelling, huldigend: geen krachtige ontwikkeling van land- en mijnbouw zonder verkeerswegen, zonder „the opening of the interior!" Het trachte het Nederlandsche element in de kolonie te versterken door de vestiging*, hetzij van energieke Nederlanders, hetzij van Transvaalsche uitgewekenen gemakkelijk te maken. Het neme het immigratievraagstuk krachtig ter hand en trachte daarbij medewerking van de Indische Regeering te verkrijgen, tiet ontwikkele en beschave meer en meer de Surinaamsche negerbevolking. Het brenge eindelijk een wetenschappelijke inrichting, zij het ook op bescheiden schaal tot stand, die den planters tot vraagbaak kan strekken.

En den Nederlandsche kapitalisten roep ik toe: Wendt uwe kapitalen niet langer aan tot het steunen van onzekere ondernemingen in den vreemde, die reeds