is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche staatsgrens onder den grond verder uit dan aan de oppervlakte. Deze bijzonderheid is een gevolg hiervan, dat de mijnen van Kerkrade in 1815 tot Nederland gebracht werden, terwijl die mijnen zich reeds hadden voortgezet onder het gebied, dat tot Duitschland gerekend werd.

Uit den smeltkroes der staatkunde is Limburg voortgekomen. Een historisch nationale eenheid vormt de provincie Limburg aldus niet; het is een jonge agglomeratie van vele en verschillende staatkundige deelen. De bevolking, hoewel in uiterlijk genivelleerd tot een eenheid, die men in de zuidelijke deelen vooral als karakteristiek Limburgsch kan aanduiden, hoewel in oorsprong hoofdzakelijk uit dezelfde stammen voortkomend, vertoont door die versnipperde en heterogene staatkundige geschiedenis gedurende eeuwen nog tal van ethnische nuances, welke zich openbaren in verschillende dialecten, in afwijkende rechtsgewoonten, steunende op oude toestanden.

De bevolking dezer gewesten kan men in 't algemeen rekenen af te stammen van Frankische volken, waarin zeer waarschijnlijk een onderlaag van Kelten, die hier vroeger woonden, zich heeft opgelost, evenals in Noord-Brabant voor een groot gedeelte het geval is. De onlangs gepubliceerde kaart van Prof. Bolk over de verbreiding der bruinette en blonde typen in Nederland wijst in geheel Limburg 35—40 % brunetten aan bij de bewoners, evenals in het oude NoordBrabant, Zeeland en Goedereede, Overflakkee, het Land-van-Maas-en-Waal en het Rijk-van-Nijmegen. Hier in het zuiden en zuidoosten domineert het bruine type het meest in Nederland, terwijl het minder uitkomt in de over 't geheel door blonde raselementen bewoonde overige gedeelten van ons vaderland. Wanneer men van Nijmegen en Den Bosch dit gebied derj brunetten doorwandelt in de richting naar het zuiden van Limburg, ziet men in al deze gewesten een in 't oogvallend verschil met de bewoners der noordelijke streken, vooral in de gelaatsuitdrukking en vormen der vrouwen. Maar ook in het brunettenland merkt men een overgang. De bewoners van Limburg, ten zuiden van Roermond ongeveer, dragen onmiskenbaar de kenmerken van een zuidelijker type, dat toeneemt in de dorpen verder naar het zuiden. Men nadert hier het gewest, waar de Kelten zich het zuiverst hebben staande gehouden in het Luiksche bergland, en niet onwaarschijnlijk is dit element in de dalen langs de heuvelachtige Maasoevers van zuidelijk Limburg eveneens in grooter aantal bewaard dan elders.

Naast de Keltische invloeden hebben ook de Romaansche gewerkt. In geen gedeelte van Nederland vindt men zooveel overblijfselen uit den tijd der Romeinen als hier. Romeinsche heirwegen doorkruisten het zuiden van Limburg en liepen van hier naar het noorden. Langs deze wegen heeft men talrijke overblijfselen