Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden, zooals men dat veelal ziet. De Friesche turfschippers, die hier in den tijd der veenderij de turf afvoerden naar de steden van Holland en Gelderland, bekend als zij waren met de wolkammerij, welke destijds in Friesland algemeen was, hebben hier tusschen de gebieden der Geldersche en Utrechtsche schapenhoudei ij de wolkammerij gebracht. Die wolkammerij en later weverij waren de eerste nijverheid, meest huisnijverheid, waaruit na het midden der 19° eeuw de grootindustrie, die hier geschikte arbeidskrachten vond, is voortgekomen. Twee giootc katoenfabrieken met weverij en spinnerij, drie wolfabrieken, waar wol gesponnen en sajet bewerkt wordt, vormen de hoofdnijverheid van deze nederzetting. De plaats ligt eigenaardig juist op de grens der beide provinciën, zoodat men ongemerkt

van Geldersch in Utrechtsch Venendaal overgaat.

Niet ver van Venendaal ligt in de Vallei een geïsoleerde berg, de Emminkhuizer berg, dien de spoorweg van Utrecht naar Arnhem doorsnijdt, van welke landelijke hoogte, meest bouwlanden met zoo hier en daar een schaapskooi, men schoone uitzichten heeft over de schilderachtige Vallei en haar omranding.

Nog moeten wij op een eigenaardigheid wijzen, die hier gevonden wordt. Niet ver van het station Venendaal ligt een groote herberg, de Klomp. Hier wordt jaarlijks in Juli eenige dagen achtereen bijenmarkt gehouden. IJmkers uit het noorden en zuiden, van Noord-Brabant en Drente, voeren hier hun korven aan. Al is die markt niet zoo levendig meer als vroeger, toch is zij nog altijd belangt ijk en eenig in ons land. De wolmarkt, die hier vroeger eveneens bestond, is langzamerhand vervallen door de wijzigingen in den wolhandel.

Wij kecren in gedachten terug naar Wageningen, om langs den oostelijken rand der Vallei nog een klein uitstapje naar het noorden te doen. De stoomtram van Wageningen over Bennekom naar het station en verder de locaalspoor van Ede naar Barneveld bieden gelegenheid, dat gedeelte van Gelderland gemakkelijk te lcercn kennen. Wij gaan echter per „Vierkleur en niet verdei danLunteicn,

het noordelijk gedeelte bezoeken wij later.

De weg van Wageningen naar het station gaat langs eeji met onderscheidene huizen bezetten weg en vervolgens door liet dorp Bennekom, een nette, viiendelijke, landelijke nederzetting, met tal van villa's, die zich langs den weg scharen en aanwijzen, dat velen hier het rustige buitenleven zoeken. Het eigenlijke dorp is van ouden oorsprong, maar het tegenwoordige Bennekom is schier geheel nieuw. De eeuw van stoom en electriciteit heeft de nederzettingen reeds veel verplaatst en wijzigt nog voortdurend de verhoudingen. Voor weinige jaren bestonden hiei, behalve een drietal buitenplaatsen en een paar bewoonde landgoederen, slechts enkele villa's; thans is liet aantal der laatste aanzienlijk en jaarlijks worden er nieuwe bijgebouwd, terwijl er goede hotels worden gevonden.

Sluiten