Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De straatweg van Milligen naar Apeldoorn is een van de weinige Nederlandsche heirbanen, die door hun onafzienbaarheid indrukwekkend, door hun stoute rijzingen en dalingen afwisselend zijn. Westwaarts verliest hij zich, een lijnrechte streep, in het peilloos grauw der heide. Oostwaarts stijgt hij, even recht, even wit, tegen den hoogen heuvelkam op, langs wiens kruin noordelijk en zuidelijk de zoom van het Soerensche bosch zich uitstrekt.

Indien gij geen oog hebben mocht voor liet schoon van het onaanzienlijk kleed dezer Veluwsche vlakten; indien gij de gele en paarse, fijne bloempjes niet zien mocht, die er op gestikt zijn, en de teere, blauwe hei vlindertjes, die fladderend zich verheugen in den zonneschijn, of roerloos, met uitgestrekte vlerken, zelf bloempjes gelijken tusschen het paars, geel en groen; indien gij de leeuweriken niet hooren mocht, onzichtbaar in de lucht hun vreugdelied kweelend; den zang-

van den wind niet vernemen, die door de stugge kruiden murmelt; den statigen tocht der wolken niet mocht kunnen volgen aan den blauwen hemel of den wedloop hunner schaduwen over de aarde.... och, kom dan liever niet hier, maar blijf tehuis bij uw stadspromenade of anders op den zeeboulevard van uw lievelingsbadplaats. Want hier op de Veluwe vindt gij geen bekijks, maar noodigt de natuur u uit tot zien, tot gevoelen en beseffen bij elke schrede, die gij doet. Hier keert gij in tot uzelf, vindt gij uzelf weder, zoo gij u verloren mocht hebben in

de drukte der wereld. Hier komt men door de Eispeet.

overweldigende indrukken der ruimte op de

ziel tot het besef, dat de woestijnen op de stichters van de geopenbaarde godsdiensten een machtigen invloed moeten hebben uitgeoefend. Schier allen hebben zij dan ook vóór hun openbaar optreden de eenzaamheid gezocht, en vandaar omspande hun geest de vlakte der menschheid, zooals het oog hier ver rondweidt, tot den schier onbegrensden horizon.

Zoo overpeinzende de pliilosophie van den godsdienst, van het hoogste gevoelen en denken in den mensch, zijn wij ongemerkt Apeldoorn door de bosschen genaderd, waar wij na dezen flinken tocht weder een wijle vertoeven, om daarna onze reis in andere richtingen voort te zetten.

Sluiten