is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duiden aan, dat de laatste verbouwing in de eerste helft der 18e eeuw plaats had. Doch verschillende gedeelten van het gebouw zijn ouder. Op de lijst van den afzonderlijk staanden toren vindt men het jaartal 1576, toen deze toren verbouwd werd. In het algemeen zijn deze toren en het daaraan grenzende gedeelte van het hoofdgebouw het oudst; een steen met het jaar DUT op den waterspiegel duidt misschien den eersten bouw aan.

Inwendig biedt dit kasteel niets aan, dat uit historisch of wetenschappelijk oogpunt belangrijk is om te bezichtigen, al heeft men er fraaie vertrekken, schilderijen van hedendaagsche meesters, mooie ouderwetsche schoorsteenen en zeldzaam, fraai porselein, enz.

Het dorp Ruurloo ligt vriendelijk ten N. van het kasteel. Door het drukke zomerbezoek heeft het landelijk dorp van voorheen in de laatste halve eeuw een geheel veranderd voorkomen verkregen, met moderne huizen, goede hotels en tal van woningen, die zomergasten herbergen. Van Ruurloo uit kan men, evenals van Vorden en Lochem, de schoone omstreken in alle richtingen doorkruisen.

Slechts kortelijk maken wij een tochtje verder naar het oosten en wel in de eerste plaats naar Groenloo, in de wandeling Grol genoemd. Vroeger was Groenloo een vesting, oudtijds tot de hooge gerechtigheid van Boreuloo behoorend, later een afzonderlijk klein gebied vormend. In het laatst der 18e eeuw werden cle vestingwerken geslecht, hoewel nog een gedeelte van de wallen en grachten bleet' bestaan. De drie poorten der stad zijn na den aanleg van den Winterswijkschen straatwegin 1837 verdwenen. Bij de geschiedenis der belegeringen van deze vesting kunnen wij niet stilstaan, hoe belangrijk die ook is. Slechts wijzen wij er op, dat de stad in 1550 door Keizer Karei V werd versterkt, belegerd werd door Maurits en ontzet door Mondragon in 1595, in 1597 door Maurits werd veroverd, weer door Spinola werd genomen in 16ÜG, totdat Frederik Hendrik in 1027 de stad hernam. Van deze verovering zong Barlaeus:

Al heeft de stad van Grol geen luister in haar naam,

Nogthans zoo krijgt de naam zijn luister van de faam;

De faam krijgt al haar glans en luister van de daad,

De daad in 's konings schand en 's prinsen eer bestaat;

En die dan Grol gewint door loflijk krijgsgevecht,

Heeft lof en nut en dank aan zijnen naam gehecht.

Het kleine, als vesting samengedrongen stadje, biedt niets merkwaardigs aan; wie het bezoekt, mag evenwel een kijkje op de vroegere bolwerken niet verzuimen, omdat men vandaar mooie gezichten heeft.

De- nederzetting Winterswijk ligt verder op onzen weg, een vlek, dat een stedelijk karakter draagt en zieh ontwikkeld heeft tot een drukke nijverheidsplaats.