Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. Bestrijding.

Het onderzoek van de draaihartigheid heeft gezichtspunten opgeleverd, van welke men bij pogingen ter voorkoming en bestrijding moet uitgaan, maar tevens zijn er onbekenden blijven bestaan, naar de oplossing waarvan alsnog moet worden gestreefd.

Onbekenden.

1. Er zijn nog geen wildgroeiende voedsterplanten van Contarinia torquens gevonden (blz. 25).

2. Naar de parasieten van Contarinia torquens is nog geen onderzoek verricht.

Gegevens. (Eventueel daarnaar te nemen maatregelen).

1. Voor draaihartigheid onvatbare koolsoorten zijn er niet; ook andere cultuursoorten van het geslacht Brassica worden aangetast (blz. 25).

2. Zoo nader onderzoek geen wildgroeiende voedsterplanten aanwijst, kan voorkoming door vruchtwisseling alleen worden bereikt, wanneer men het geheele koolgebied een jaar lang vrij laat van Brassicasoorten, die niet in Januari en Februari gezaaid en voor Mei uitgepoot worden.

3. Daar de aangetaste planten geen verschijnselen van atrophie vertoonen, kan van speciale bemesting geen heil worden verwacht.

4. Men kieze het terrein voor banen en velden op voldoenden afstand van elke beschutting, hoe laag die (bij te velde staande gewassen) ook moge zijn.

5. De galmuglarve verlaat de plant, om zich in den grond te verpoppen ; zij overwintert niet in de plant; men behoeft de gewoonte om de koolstronken als mest in den grond te laten, dus niet prijs te geven.

6. De uit te poten planten moeten aan scherpe keuring worden onderworpen.

7. Zoowel de banen als de velden moeten zoo dikwijls mogelijk worden

Sluiten