Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daags in eenzame mijmering op mijne kamer doorbreng, behoudt hij wel degelijk een stem in den loop mijner overdenkingen, ja is dikwijls de hoofdpersoon, met wien ik mij bezig houd.

Dit heeft dan plaats, als ik mij in mijn ouderwetschen leuningstoel met hoogen rug en lage zitting vlak tegenover hem nedervlij, en mijn oogen met afgetrokken strakheid op hem vestig; dan weet hij wel dat zijn uur gekomen is om zich met mij te onderhouden. O, het is ongeloofelijk, hoe veel mij dan zijn eentonig getik zegt. Het verplaatst mij in den lang verloopen tijd, wiens gang hij op dezelfde wijze bijgehouden en aangeduid heeft. Evenwel hij herinnert mij daaraan geheel anders dan het gelui van de groote stadsklok. Deze zegt mij niets anders dan het eenvoudige, sombere Fuit. Maar deze klok is wy# klok; deze spreekt van mijn tijd en wat mij daarin gebeurd is; deze is mijn vertrouwde, die met mij over geheimen kan spreken, waar de groote bom-bam niets van weet. Hij kan mij zoo duidelijk en indrukwekkend zijn: weet gij nog wel? toeroepen, dat gij mij bespotten zoudt, indien ge zaagt, hoe deze stem een glimlach op mijn gezicht kan wekken, of mij in tranen doen smelten.

Zoo gaat het mij bijvoorbeeld als zijn getik mij toeroept: Herinnert ge u den tijd van uws vaders sterven nog? — Want deze klok, die nu den zoon nog zulke goede diensten bewijst, was reeds de lieveling des vaders, is mij daardoor dubbel dierbaar; hij had dus ook zijn vaste plaats op de slaapkamer des geliefden mans. Hierdoor werd deze, toen hij ziek werd, niet van zijn ouden vriend gescheiden: dit was hem o! zoo aangenaam. Uren lang kon hij naar het gelijkmatig geluid van den secondenslag liggen luisteren, en wat daarbij in hem omging, bleek mij uit enkele afgebroken woorden, waarin het voorgevoel van zijn naderend sterven sprak; menigen nacht heb ik aan zijn leger doorgebracht, mij met niets anders bezighoudende dan met naar de beweging van het uurwerk te hooren. Ik kan niet zeggen, hoe treurig ik daaronder werd. Als men op het punt staat een geliefden vader te verliezen, doet het pijn de voortsluipende voetzolen van den tijd zoo duidelijk te hooren kraken en nog harder viel het mij, als de kranke na lange onrust in een korten sluimer geschoten was, hem bij het slaan van het bepaalde uur te moeten wakker maken om de bittere geneesmiddelen

Sluiten