Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het legaat.

Mijn arme vriend Rob, hij is dood!

De goede jongen! Of hij stervend nog tegen den dood zal gelachen e en, gelijk hij altijd zeide dat hij doen zou ? Zeker, vriend Hein! gij zijt een ijzegrim, als gij er niets van gevoeld hebt, toen gij dezen eerlijken, trouwen knaap den hals braakt. Zulk graan krijgt gij zelden onder uw zeis Mijn arme vriend Rob, hij is dood!

Grooter snaak dan hij liep er „iet. Gelijk sommige menschen veel hebben van een gestolden traan, was zijn voorkomen een onophoudelijke glimlach. Hij ging de wereld door als een vroolijk kind, schertsende en grappenmakende: reeds toen ik met hem school ging, was hij de vreugde van al de jongens. Als zij Rob maar zagen, begonnen zij reeds te lachen; zelfs de meester kon het „iet tegen hem uithouden, maar schoof van vrool.jkheid zijn pruik op één oor, als hij recht aan den gang was. Ofschoon hij de eene dwaasheid na de andere uitvoerde geloof ik niet, dat hij ooit iemand ernstig boos gemaakt heeft. Hij was als Arlequin; ieder kreeg slaag van hem; maar het was een houten zwaard, dat hij zwaaide! cn een zwaard daarenboven, dat als een tooverstaf de macht had om slapenden wakker en treurenden vroolijk te maken.

n toch, toen hij de school verliet, schreiden allen; ofschoon hij allerlei bokkesprongen maakte om zich zeiven en de anderen op te vroolijken.

OO was hij altijd. Hij kon geen tranen zien, of hij moest ze wegsc ertsen. Ik ben zeker, dat hij zijn ziekenoppasser meermalen aan 't achen gemaakt heeft Arme Rob! Nu moet hij ze laten uitweenen.

O, ik had hem zoo lief! zoodra wij elkander op de school ontmoetten werden wij vrienden. Hoe, begreep niemand. Want ofschoon ik toen

Sluiten