Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gestorven onschuld wakker. Er moet opgestaan, er moet gehandeld, er moet geleden, er moet gestreden worden. Met het beeld eens kinds voor het oog, moet men naar gelijkheid met het kind streven. O, ik denk dat het dit is, dat mij kinderen zoo recht dierbaar maakt; in ieder van hen zie ik een voorbeeld en leermeester. Daarbij denk ik altijd aan Luther, die, toen zijn kinderen eens onder elkander krakeelden en spoedig daarna zich weder verzoenden, zeide : Lieve Heere God ! Hoe aangenaam zijn u toch zulk een kinderlijk leven en zulke spelen! Ja, al hun zonden zijn niets dan vergeving der zonden !

Ziet gij, met dit oog beschouw ik de kinderen, die mij omringen. Als ik zie, hoe het knaapje aan den schoot der moeder staat, en naar haar vertellingen luistert en, wanneer hem daarin iets ongeloofelijks treft, met vertrouwen tot haar opziet en vraagt: „Is dat zoo, moê?" dan schame ik mij over mijne vermetelheid, dat ik dikwijls zoo traag was om te gelooven, wat mij in de mededeelingen mijns hemelschen Vaders onwaarschijnlijk voorkwam, en ik vermane mij zei ven : So wie het Coninghrijke Godts niet en ontfangt gelyck een kindeken, die en sal hetzelve geensins ingaan. — Wanneer ik zie, hoe het kind, dat ongehoorzaam geweest is, op het enkele gezicht van de smart, die hij zijn vader daardoor veroorzaakt, in tranen van berouw uitbarst, hem in de armen vliegt en snikkend uitroept: „Vader, vergeef mij ! Ik zal het niet weêr doen!" dan voel ik mij vernederd door de gedachte, hoe dikwijls ik dagen op dagen over mijn overtredingen tegen mijn goddelijken Vader liet heengaan, zonder tot het afleggen eener ootmoedige belijdenis te kunnen of te willen komen. — Ja, zelfs die belofte : „ik zal het niet weêr doen!' hoe beschuldigde zij mij, dat ik zoo vaak om Goddelijke vergiffenis had durven bidden, zonder mij te hebben verbonden door de gelofte om mij voortaan voor de geboete zonden te wachten. — Wanneer ik zie, hoe gemakkelijk en gaarne het afhankelijke kind van zijn ouderen afhangt, en met volkomen gerustheid en vertrouwen van hunne liefde en zorg de voldoening zijner behoefte verwacht, dan bloze ik over mijn gedurige bekommeringen tegen den volgenden dag, en bestrafmijzelven, dat „ick myne ziele niet en hebbe geset ende stille gehouden, ghelyck een gespeent kindt bij syne moeder!" — Eindelijk, wanneer ik zie, hoe het kind zich in het midden der booze wereld bevindt, zonder daarom

Sluiten